Fiscale aspecten van het coronavirus

14 april 2020

Ondernemingsrecht 2020/XIV – Prof. dr. J.C.M. van Sonderen¹

 

De door de regering genomen fiscale noodmaatregelen voorzien in: uitstel van betaling van belastingen, verlaging voorlopige aanslagen, verlaging van rente en verlaging van WW-premie. Voorkomen moet worden dat liquiditeitstekorten en verliezen leiden tot aansprakelijkheid voor belastingschulden bij bestuurders en vennootschappen. Door optimalisatie van de fiscale winstbepaling en verliesverrekening kunnen ondernemingen hun liquiditeit verbeteren. De coronacrisis kan tot ongewenste fiscale zetelverplaatsing van vennootschappen leiden.

1. Inleiding

 

Het coronavirus heeft onverwachts een heel grote invloed op de liquiditeiten en resultaten van veel ondernemingen. De regering heeft enkele fiscale noodmaatregelen genomen om ondernemers te helpen door deze moeilijke tijden heen te komen. Het gaat om de volgende

maatregelen:

 

  • uitstel van betaling van belastingen;

  • verlaging voorlopige aanslag;

  • verlaging invorderingsrente en belastingrente;

  • premiedifferentiatie WW: termijn voor schriftelijke vastlegging arbeidsovereenkomst verlengd;

  • lage WW-­premie voor vaste medewerkers die overwerken.

 

Ondanks deze maatregelen zullen veel ondernemingen grote verliezen lijden en is hun continuïteit niet meer geborgd. Het kennen van en tijdig inspelen op de fiscale gevolgen van de coronacrisis vergroot de overlevingskans van ondernemingen.In deze bijdrage worden de fiscale gevolgen van het coronavirus onderzocht. Eerst worden de door het kabinet genomen noodmaatregelen voor ondernemers beschreven².  Hierna wordt aandacht besteed aan enkele fiscale regelingen die door de coronacrisis bijzonder actueel zijn. Het betreft:

  • bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden;

  • het fiscale eenheidsregime in de vennootschapsbelasting en de btw;

  • de fiscale winstbepaling;

  • de fiscale vestigingsplaats van vennootschappen.

 

2. Uitstel van betaling van belastingen

 

Een belangrijke maatregel voor de verbetering van de liquiditeit van ondernemingen is het bijzonder uitstel van betaling van belastingen. Iedere ondernemer kan vanaf 12 maart 2020 aan de Belastingdienst uitstel vragen voor betaling van inkomstenbelasting, zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw), loonheffingen, kansspelbelasting, accijns, verbruiksbelasting alcoholvrije dranken, assurantiebelasting, verhuurdersheffing, energie­ en andere milieubelastingen en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland. Voor al deze soorten belastingen kan in één keer uitstel worden gevraagd. Het verzoek kan schriftelijk of met een door de Belastingdienst on line beschikbaar gesteld formulier worden gedaan. In het verzoek moet tot uitdrukking worden gebracht dat de onderneming in betalingsproblemen is gekomen door de uitbraak van het coronavirus. De Belastingdienst stopt onmiddellijk met invorderingsmaatregelen. Belastinguitstel wordt automatisch voor drie maanden verleend. Is langer uitstel noodzakelijk dan kan hier (opnieuw) een verzoek voor worden ingediend. In dat geval is de hoogte van de totale belastingschuld van belang. Is de totale belastingschuld lager dan € 20.000 dan kan worden volstaan met het indienen van bewijsstukken waaruit blijkt dat de omzet aanzienlijk is gedaald ten opzichte van de afgelopen maanden. Is de totale belastingschuld hoger dan € 20.000 dan is bovendien een verklaring van een derde deskundige nodig. Een derde deskundige is bij voorbeeld een externe consultant, een externe financier, een brancheorganisatie, een belastingadviseur of een accountant. Het mag echter niet iemand zijn die werkzaam is in de betrokken onderneming. De derde deskundige moet verklaren dat het aannemelijk is dat de financiële problemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.

 

Uitstel van betaling kan worden gevraagd nadat een aanslag is ontvangen. Van de hiervoor genoemde belastingen kan uitstel worden gevraagd voor nieuwe en oude openstaande aanslagen. De maat regel geldt niet voor andere belastingen zoals de dividendbelasting, overdrachtsbelasting en gemeentelijke belastingen³. Wel bieden verschillende gemeenten de mogelijkheid belastinguitstel te krijgenâ´.

 

Als om uitstel van betaling wordt verzocht dan zal de Belastingdienst ervoor zorgen dat een eventueel opgelegde boete voor een betalingsverzuim wordt geschrapt. Het uitstel is een ruimhartige tegemoetkoming voor het bedrijfsleven. Zeker als het uitstel in samenhang met de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (hierna NOW) wordt beoordeeld. Dit kan met een voorbeeld worden geïllustreerd.

 

2.1 Voorbeeld

 

ABC BV moet een loonsom betalen van € 1.000.000. Op de loonsom wordt € 300.000 aan loonbelasting en premieheffing ingehouden. ABC BV betaalt netto € 700.000 loon aan haar werknemers. ABC BV heeft op grond van de NOW­regeling recht op een tegemoetkoming van 90% van de loonkosten, oftewel € 900.000. Per saldo nemen de liquiditeiten van ABC BV toe met € 200.000 (€ 900.000 NOW minus € 700.000 netto loon). ABC BV moet in de toekomst nog wel de € 300.000 loonbelasting en premieheffing afdragen.

 

3. Verlaging voorlopige aanslag

 

De fiscale noodmaatregelen voorzien in een versoepeling van de verlaging van een opgelegde voorlopige aanslag. In het geval een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2020 is opgelegd naar een hoger inkomen of winst dan thans wordt verwacht, dan wordt op verzoek de voorlopige aanslag verminderd. De voorlopige aanslag kan door de ondernemer worden aangepast via de website “MijnBelastingdienst” (inkomstenbelasting) of “Inloggen voor ondernemers” (vennootschapsbelasting). Als het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die in de eerste drie maanden van het jaar is betaald, dan wordt het verschil terugbetaald.

 

4. Verlaging invorderingsrente en belastingrente

 

De fiscale noodmaatregelen voorzien in een verlaging van de invorderingsrente en de belastingrente.

 

Wanneer een belastingaanslag niet tijdig wordt betaald, brengt de Belastingdienst invorderingsrente in rekening vanaf het moment dat de betalingstermijn is verstreken. De rente bedroeg 4%. Vanaf 23 maart 2020 is de invorderingsrente verlaagd van 4% naar 0,01%. De invorderingsrente is niet naar nihil teruggebracht omdat de software van de Belastingdienst dat niet kan verwerken.

 

Wanneer een aanslag niet op tijd kan worden vastgesteld, brengt de Belastingdienst belastingrente in rekening. Het niet op tijd kunnen vaststellen van de aanslag kan bijvoorbeeld zijn veroorzaakt door het vragen van uitstel voor het indienen van een aangifte, het te laat indienen van de aangifte of het doen van een onjuiste aangifte. Over de te betalen belasting wordt rente in rekening gebracht. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 8%. Voor de overige belastingen werd een belastingrentetarief van 4% in rekening gebracht. Vanaf 1 juni 2020 wordt het tarief van de belastingrente verlaagd naar 0,01%, behalve voor de inkomstenbelasting. Voor de inkomstenbelasting gaat deze verlaging in op 1 juli 2020.

 

5. Premiedifferentiatie WW

 

Om de lage WW­premie te mogen toepassen voor een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moet het arbeidscontract met deze werknemer schriftelijk zijn vastgelegd. Voor werknemers die op 31 december 2019 al in dienst waren, moest op 1 april 2020 aan deze vaststellingsverplichting zijn voldaan. De fiscale noodmaatregelen voorzien in een verlenging van deze termijn tot 1 juli 2020. Voor werknemers die in 2020 in dienst zijn getreden, blijft gelden dat de lage WW­premie alleen van toepassing is wanneer het arbeidscontract schriftelijk is vastgelegd.

 

6. Lage WW-premie voor vaste medewerkers die overwerken

 

Indien een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor minder dan 35 uur per week, in een kalenderjaar meer dan 30% extra verloonde overwerkuren maakt, dan is de werkgever met terugwerkende kracht de hoge WW­premie verschuldigd. Deze regeling heeft onbedoeld gevolgen voor sectoren waar door het coronavirus extra werk noodzakelijk is, zoals de zorg. De Minister van Sociale Zaken zal met een aanpassing van de regeling komen die de onbedoelde gevolgen ongedaan maakt.

 

Naast de hiervoor besproken noodmaat regelen leidt de coronacrisis tot extra aandacht voor een aantal bestaande fiscale regelingen. Hierna worden enkele regelingen onderzocht.

 

7. Bestuurdersaansprakelijkheid

 

Bestuurders kunnen aansprakelijk worden gesteld als de onderneming de verschuldigde belastingen of premies niet kan betalenâµ. De bestuurdersaansprakelijkheid geldt kortweg voor rechts personen die onderworpen zijn aan de heffing van vennootschapsbelasting. Indien een onderneming belastingen of premies niet kan betalen, moet dit bij de Belastingdienst worden gemeld. De melding moet binnen twee weken na het verstrijken van de betalingstermijn worden gedaan. De melding is rechtsgeldig indien:

  • de melding schriftelijk en op tijd is gedaan;

  • de soort belastingen en/of premies zijn vermeld;

  • de tijdvakken zijn vermeld;

  • de redenen voor de betalingsonmacht zijn vermeld.

 

Het rechtsgeldig melden is van groot belang. Als een rechtsgeldige melding is gedaan, dan is de bestuurder alleen aansprakelijk indien de Belastingdienst aannemelijk maakt dat het niet betalen van de belastingen en premies het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur van de bestuurder. Als echter geen rechtsgeldige melding is gedaan, dan is de bestuurder aansprakelijk tenzij hij aannemelijk maakt dat:

  • het achterwege laten van de melding niet aan hem te wijten is; en

  • het niet betalen van de belastingen en premies niet aan hem te wijten is.

 

Onduidelijk is of een verzoek voor belastinguitstel (automatisch) wordt aangemerkt als een melding van betalingsonmacht voor alle belastingen. Een rechtsgeldige melding kan vormvrij plaatsvinden. Gezien het grote belang van een rechtsgeldige melding is het raadzaam gebruik te maken van het door de Belastingdienst beschikbaar gestelde formulier: Melding inzake betalingsonmachtâ¶.

 

8. Fiscale eenheid

 

Aan de vennootschapsbelasting onderworpen lichamen zoals nv ’s, bv’s en coöperaties die tot één concern behoren, kunnen onder voorwaarden een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen. Het fiscale­eenheidsregime is facultatief voor de vennootschapsbelasting. Bij de keuze al dan niet gebruik te maken van het regime dienen de voordelen en de nadelen van het fiscale­eenheidsregime tegen elkaar te worden afgewogen. Een van de voordelen van het regime is de mogelijkheid winsten en verliezen van concernmaatschappijen met elkaar te verrekenen. Een nadeel van het regime is dat alle in een fiscale eenheid opgenomen concernmaatschappijen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door de

moedermaatschappij verschuldigde vennootschapsbelastingâ·. Bovendien mag de Belastingdienst een belastingschuld van de ene concernmaatschappij (bijvoorbeeld een btw­schuld) verrekenen met een belastingvordering van een andere concernmaatschappij (bijvoorbeeld een teruggave van vennootschapsbelasting)â¸. Door de coronacrisis kan de keuze al dan niet een fiscale een heid voor de vennootschapsbelasting te vormen of te verbreken anders worden gemaakt.

 

Ondernemingen die tot een concern behoren, kunnen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen. De btw­fiscale eenheid is mogelijk voor iedere rechtsvorm. Ondernemingen vormen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting indien sprake is van een eenheid op financieel, organisatorisch en economisch gebied. Het fiscale eenheidsregime voor de omzetbelasting is niet facultatief.  Indien sprake is van een financieel, organisatorische en economische eenheid dan vormen de ondernemingen een btw-­fiscale eenheid. Ondernemingen die deel uitmaken van een btw­fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw­schulden van de fiscale een heidâ¹. De aansprakelijkheid kan worden beëindigd door ervoor te zorgen dat niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan én de Belastingdienst te informeren over de beëindiging van de fiscale eenheid. De hoofdelijke aansprakelijkheid blijft wel bestaan voor btw­schulden die betrekking hebben op een tijdvak dat ligt vóór de datum van melding.

 

9. Winstbepaling

 

De coronacrisis kan leiden tot grote fiscale verliezen. Bijvoorbeeld doordat vorderingen oninbaar worden, uitgaven zijn gedaan zonder dat de hiermee beoogde opbrengsten worden gerealiseerd of reorganisaties noodzakelijk zijn. De vraag komt op wanneer deze verliezen fiscaal kunnen worden verantwoord. Kan dat nog in 2019 of eerst in 2020? Als dat nog in 2019 mogelijk is, dan kan om verlaging van de al betaalde voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 worden gevraagd. Als over 2019 een fiscaal verlies ontstaat, kan dat verlies worden terug gewenteld naar de belastbare winst over 2018.

 

De coronacrisis zal moeten worden geduid als een gebeurtenis na de balansdatum 31 december 2019. De coronacrisis zal slechts bij uitzondering nadere informatie geven over de feitelijke situatie per 31 december 2019. De met het coronavirus verbonden lasten kunnen pas in 2020 fiscaal tot uitdrukking worden gebracht.

 

Ondernemingen met een gebroken boekjaar kunnen mogelijk een deel van de coronalasten in het boekjaar 2019/2020 verantwoorden. Debiteuren kunnen worden afgewaardeerd, uitgaven waar geen verwachte opbrengsten tegenover staan kunnen worden afgeschreven en als een reorganisatie besluit tijdig is genomen kan een reorga­nisatievoorziening worden gevormd.

 

10. Vestigingsplaats vennootschappen

 

Voor de heffing van vennootschapsbelasting en dividendbelasting is van groot belang of een vennootschap al dan niet in Nederland is gevestigd. Een vennootschap is fiscaal in Nederland gevestigd indien de vennootschap naar Nederlands recht is opgericht of haar plaats van feitelijke leiding in Nederland ligt¹â°. De feitelijke leiding van een vennootschap is gevestigd waar het bestuur door besluitvorming leiding geeft aan de vennootschap. Soms is het in een ondernemingsstructuur van belang dat een vennootschap in Nederland is gevestigd, soms dient juist voorkomen te worden dat een vennootschap in Nederland is gevestigd. Vaak is direct duidelijk waar de feitelijke leiding van een vennootschap zich bevindt. Voor sommige vennootschappen is de vestigingsplaats echter niet zo eenvoudig te beoordelen. Denk aan: houdstervennootschappen, doorstroomvennootschappen en beleggingsmaatschappijen¹¹.

 

Voor deze vennootschappen is het in het bijzonder van belang dat het bestuur vergadert in het land waar de vennootschap fiscaal gevestigd dient te zijn. De coronacrisis vergt vaak snelle beslissingen en maakt reizen naar andere landen veelal onmogelijk. Indien de coronacrisis lang aanhoudt kan de fiscale vestigingsplaats van een vennootschap ongewenst zijn verplaatst, bijvoorbeeld naar het land waar de aandeelhouder is gevestigd. Een fiscale zetelverplaatsing van een vennootschap kan tot enorme fiscale claims leiden¹².

 

11. Conclusies

 

Het coronavirus infecteert ook de belastingheffing. De regering heeft enkele noodmaatregelen getroffen die beogen te voorkomen dat ondernemingen door het betalen van belastingen in liquiditeitsproblemen komen. Uitstel van betaling van belastingen en vermindering van voorlopige aanslagen kunnen zonder veel administratieve verplichtingen worden verkregen. Het belastinguitstel is een goedkope financieringsbron. De invorderingsrente en belastingrente bedragen nagenoeg nihil. Het coronavirus kan tot onverwachtse en hoge verliezen leiden. Om te voorkomen dat bestuurders en vennootschappen aansprakelijk worden voor belastingschulden moet betalingsonmacht tijdig worden gemeld en dient de

wenselijkheid van fiscale eenheden te worden beoordeeld.

 

De verliezen die door het coronavirus ontstaan kunnen pas in 2020 worden verantwoord. Het coronavirus maakt snelle besluitvorming vaak noodzakelijk en reizen naar andere landen vaak onmogelijk. Deze omstandigheden kunnen leiden tot ongewenste fiscale zetelverplaatsingen van vennootschappen.

 

Tijdig anticiperen voorkomt dat de coronacrisis een fiscale crisis wordt.

 

¹ Hans van Sonderen is be lastingadviseur te Delft, hoogleraar belastingrecht Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit tijdschrift. De definitieve versie van dit artikel zal verschijnen in het themanummer ‘Ondernemingsrecht in tijden van corona’.

² Deze maatregelen zijn nog niet geheel uitgekristalliseerd. De laatste in­

formatie is te vinden op de website van de Belastingdienst.

³ Voor uitstel van betaling van pensioenpremies kan gedaan bij de pensioenuitvoerder. De pensioensectoralgemene uitstelregeling opgesteld maar wel aangegeven lossingen te bieden.

â´ Zie bijvoorbeeld gemeente Amsterdam.

âµ Zie art. 36 Invorderingswet 1990.

ⶠHet formulier staat in www.belastingdienst.nl/inloggen voor ondernemers.

â· Zie art. 39 Invorderingswet 1990.

⸠Zie art. 24 Invorderingswet 1990.

â¹ Zie art. 43 Invorderingswet 1990.

¹â° Zie de woonplaatsficties van art. 2, lid 4 Wet Vpb en art. 1, lid 3 Div. B. Op grond van art. 4 AWR wordt de feitelijke vestigingsplaats van een lichaam naar omstandigheden beoordeeld. In HR 15 februari 1956, BNB 1956/101 oordeelde de Hoge Raad dat dit de plaats is waar vanuit het bestuur feitelijk leiding geeft. Een vennootschap kan gelijktijdig in Nederland en in een ander land zijn gevestigd. Indien met het andere land een belastingverdrag is gesloten, regelt het verdrag in welk land de vennootschap voor verdragstoepassing is gevestigd. Veel verdragen sluiten hiervoor aan bij de plaats van de feitelijke leiding van de vennootschap. De vestigingsplaats is van belang voor de verdeling van heffingsrechten tussen Nederland en het andere land.

¹¹ Een houdstervennootschap houdt zich bezig met het houden van deelnemingen. Een doorstroomvennootschap leent geld in en uit, of ontvangt betaalt royalty’s. Een beleggingsmaatschappij bezit beleggingen.

¹² De vestigingsplaatsproblematiek is verwant met de vraag of een vennootschap voldoende substance in een land heeft. Het substance­vereiste van belang voor veel fiscale faciliteiten en misbruikbepalingen zoals inhoudingsvrijstelling voor dividendbelasting en de heffing van vennootschapsbelasting bij buitenlandse aanmerkelijkbelanghouders.

 

Bron:  www.ondernemingsrecht.nl – Ondernemingsrecht in tijden van corona

 

PFD Ondernemingsrecht in tijden van corona 2020/XIV

Amsterdam

Beechavenue 78-80
1119 PW Schiphol-Rijk

Postadres
Postbus 74681
1070 BR Amsterdam

020 653 18 12

Amsterdam@pkfwallast.nl

Rotterdam

Schaardijk 372
2909 LA Capelle aan den IJssel

Postadres
Postbus 84030
3009 CA Rotterdam

010 450 40 20

Rotterdam@pkfwallast.nl

Delft

Delftechpark 40
2628 XH Delft

Postadres
Postbus 332
2600 AH Delft

015 261 31 21

Delft@pkfwallast.nl

Woerden

Pompmolenlaan 9
3447 GK Woerden

Postadres
Postbus 533
3440 AM Woerden

0348 416 262

Woerden@pkfwallast.nl

Alphen aan den rijn

Europaplein 10F
2408 GX Alphen aan den Rijn

Postadres
Postbus 533
3440 AM Woerden

0172 748 218

AlphenaandenRijn@pkfwallast.nl

© PKF Wallast is a member of PKF International – a global network of independent firms.
PKF International Limited is a family of legally independent firms and does not accept any responsibility or liability for the actions or inactions of any individual member or correspondent firm or firms.
"PKF" and the PKF logo are registered trademarks used by PKF International and member firms of the PKF International Network. They may not be used by anyone other than a duly licenced member firm of the Network.