Maatregelen particulieren

In de inkomstenbelasting zien de wijzigingen per 2023 zoals verwacht met name op het rechtsherstel voor box 3. Dat is niet onverwacht en duidelijkheid daarover is ook zeker gewenst. Naast deze onderwerpen wordt een aantal kortingen versoberd, de middelingsregeling afgeschaft en worden wijzigingen in de giftenaftrek aangekondigd.

Onderdelen
  • Tarieven box 1

  • Afschaffen inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

  • Afschaffen middelingsregeling

  • Afbouw algemene heffingskorting

  • Wetsvoorstel Herstelwetgeving box 3

  • Wetsvoorstel Overbruggingswet box 3

  • Leegwaarderatio woningen aangepast

  • Giftenaftrek – aanpassen culturele multiplier

  • Giftenaftrek – Begrenzing periodieke giftenaftrek

Tarieven box 1

Box 1: inkomen uit werk en woning voor 2023

Het inkomen uit werk en woning (box 1) wordt in 2023 op grond van de volgende schijven en tarieven belast:

Leeftijdscategorie tot AOW-leeftijd

€ 0

€ 73.031

36,93%

€ 73.031

en meer

49,50%

Leeftijdscategorie vanaf AOW-leeftijd

€ 0

€ 38.703

9,28%

€ 38.703

€ 73.031

36,93%

€ 73.031

en meer

49,50%

De aftrekbeperking wegens geen of geringe eigenwoningschuld wordt in 2023 verder afgebouwd naar 83,33%.

Het maximale tarief waartegen aftrekposten ten laste van het inkomen uit werk en woning gebracht kunnen worden, is voor 2023 gelijk aan het tarief van de eerste schijf, te weten 36,93%.

Daarnaast zijn in het Belastingplan 2023 de volgende wijzigingen opgenomen voor de inkomstenbelasting.

Afschaffen inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

Om in aanmerking te komen voor de IACK moet een belastingplichtige kortgezegd een kind hebben dat op 1 januari jonger is dan 12 jaar en op hetzelfde adres staat ingeschreven, minder dan 6 maanden een fiscale partner hebben, dan wel een lager arbeidsinkomen hebben dan de fiscaal partner. In 2022 bedraagt de maximale IACK € 2.534. Het kabinet wil de IACK per 1 januari 2025 afschaffen. Er geldt echter een uitzondering voor ouders met kinderen geboren vóór 2025. Voor hen geldt een overgangsregeling, zodat zij de IACK kunnen blijven gebruiken tot het jaar waarin het kind 12 jaar wordt. Hierdoor geschiedt de afschaffing van de IACK stapsgewijs over de periode 1 januari 2025 tot 1 januari 2037.

Afschaffen middelingsregeling

De middelingsregeling wordt per 1 januari 2023 afgeschaft. Dit betekent dat het laatste tijdvak waarover nog kan worden gemiddeld 2022-2023-2024 is. De middelingsregeling is bedoeld als tegemoetkoming voor het progressienadeel dat kan ontstaan bij sterk wisselende inkomens in drie aaneengesloten kalenderjaren vanwege het progressieve tarief in box 1. Vanaf 2020 is de regeling minder bruikbaar door de invoering van het tweeschijvenstelsel in box 1. Voor de regeling is nodig dat het inkomen in minimaal één van de drie jaren in de tweede tariefschijf (inkomen hoger dan ca. € 70.000) is belast en minimaal in één van de drie jaren in de eerste tariefschijf is belast. Belastingplichtigen met een jaarlijks wisselend inkomen binnen de eerste tariefschijf komen niet in aanmerking voor de middelingsregeling, terwijl deze belastingplichtigen wel een progressienadeel kunnen ervaren vanwege de op- en afbouw van (inkomensafhankelijke) heffingskortingen. Ook uit evaluatie blijkt dat de regeling niet doeltreffend en doelmatig is. Om het belastingstelsel te vereenvoudigen, wil het kabinet de middelingsregeling daarom afschaffen.   

Afbouw algemene heffingskorting

De algemene heffingskorting bedraagt in 2022 maximaal € 2.888. De heffingskorting wordt afgebouwd voor zover het inkomen in box 1 hoger is dan € 21.317. Het kabinet wil vanaf 2025 de afbouw van de algemene heffingskorting naast het inkomen in box 1 afhankelijk stellen van het inkomen in box 2 en box 3, oftewel het verzamelinkomen. Belastingplichtigen met voornamelijk inkomen in box 2 en/of box 3 zullen dus eerder met de afbouw van de algemene heffingskorting worden geconfronteerd. Door de maatregel wordt het belastingstelsel uniformer, aangezien de afbouw van de ouderenkorting reeds is gekoppeld aan het verzamelinkomen.


Wetsvoorstel Herstelwetgeving box 3

Als gevolg van het zogenaamde Kerstavond-arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 heeft het kabinet onderzocht hoe rechtsherstel kan worden geboden aan belastingplichtingen in box 3 die voor dit rechtsherstel in aanmerking komen. Voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022 is dit inmiddels vormgegeven in een beleidsbesluit. In dit beleidsbesluit wordt rechtsherstel geboden via de zogenaamde forfaitaire spaarvariant. In deze forfaitaire spaarvariant wordt gekeken naar de werkelijke samenstelling van het box 3 vermogen van een belastingplichtige, in plaats van de forfaitaire samenstelling zoals deze in de wetgeving over de jaren 2017 tot en met 2022 was geregeld.

Met dit wetsvoorstel wordt het Beleidsbesluit rechtsherstel box 3 omgezet in wetgeving. Tevens zal de in het coalitieakkoord opgenomen stapsgewijze verhoging van het heffingsvrije vermogen in box 3 naar € 80.000 per belastingplichtige niet worden ingevoerd; voorgesteld wordt een verhoging naar € 57.000 voor 2023 (2022: € 50.650). De opbrengst die dit met zich brengt, zal worden gebruikt om de hersteloperatie van box 3 te dekken.

Commentaar van PKF Wallast

Met dit wetsvoorstel wordt het Beleidsbesluit rechtsherstel box 3 omgezet in wetgeving. Het wetsvoorstel bevat geen nieuwe elementen ten opzichte van het Beleidsbesluit. De berekeningswijze waarvoor gekozen is, leidt in sommige gevallen tot verrassende uitkomsten, bijvoorbeeld in het geval dat de bezittingen geheel of nagenoeg geheel met vreemd vermogen worden gefinancierd.

Tegen de uitkomsten van het rechtsherstel kan geen bezwaar of beroep worden aangetekend. Hiervoor is een U-bocht nodig. Indien de uitkomst van het rechtsherstel significant afwijkt van het behaalde werkelijke rendement (en dit is de toets uit het Kerstavond-arrest), kan overwogen worden een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen. Tegen de uitspraak op een dergelijk verzoek kan wel bezwaar en beroep worden aangetekend. Vooralsnog achten wij de kans (zeer) groot dat een dergelijk verzoek wordt afgewezen, maar het is nog niet duidelijk hoe uiteindelijk de rechter zal oordelen.

Verder is relevant dat de Staatssecretaris onlangs in een podcast niet-bezwaarmakers in overweging heeft gegeven goed gemotiveerde verzoeken om ambtshalve vermindering in te dienen. Duidelijk is dat de Staatssecretaris moeite heeft met de gang van zaken omdat belastingplichtigen erop zouden moeten kunnen vertrouwen dat de de overheid belasting heft op basis van deugdelijke wetgeving. Op Prinsjesdag heeft de Staatssecretaris echter een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin wordt aangegeven dat het kabinet heeft besloten om geen rechtsherstel te verlenen aan niet-bezwaarmakers en dat verzoeken om ambtshalve vermindering zullen worden afgewezen. Gezien de zigzag-communicatie kan overwogen worden om bij grote belangen toch een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen, ondanks de verwachte afwijzing, om zo de gang naar de rechter mogelijk te maken.

Ron Henzen

Adviseur

Ron Henzen is sinds 2018 werkzaam bij PKF Wallast als adviseur. Ron heeft ruime ervaring met estate planning. Daarnaast houdt Ron zich bezig met herstructurering, bedrijfsopvolging en fiscale procesvoering.

Ruud van der Linde

ADVISEUR

Ruud van der Linde is sinds 2006 werkzaam bij PKF Wallast als adviseur. Ruud is gespecialiseerd in familiebedrijven, privacybescherming, bedrijfsovername en bedrijfsopvolging, managementparticipatie (MBO/MBI), werknemersparticipatie, internationale tax planning en transfer pricing.

Wetsvoorstel Overbruggingswet box 3

Met dit wetsvoorstel wordt overbruggende wetgeving voor box 3 ingevoerd voor (vooralsnog) de jaren 2023, 2024 en 2025 op basis van de forfaitaire spaarvariant. Deze overbruggingswet zal gelden tot de invoering van een stelsel op basis van werkelijk rendement. De huidige verwachting is dat deze wetgeving per 2026 wordt ingevoerd.

Een belangrijk element voor de box 3-heffing is de aanpassing van de zogenaamde leegwaarderatio opgenomen in het Belastingplan 2023. Zie hiervoor onderdeel 2.7.

Het wetsvoorstel bevat maatregelen tegen zogenaamde peildatumarbitrage. Peildatumarbitrage houdt in dat men vlak voor 1 januari vermogensbestanddelen onderbrengt in een andere vermogenscategorie (bijvoorbeeld “overige bezittingen” overhevelen naar “banktegoeden” die een lager rendementspercentage kent) om zodoende box 3-heffing te besparen.

Ook vervalt de bovengrens; indien de forfaitaire spaarvariant hoger uitkomt dan de huidige wettelijke box 3-regeling, moet met ingang van 2023 wél dit hogere bedrag worden betaald.

Verder stijgt het box 3 tarief jaarlijks met 1%,, van 31% in 2022 tot 34% in 2025.

Commentaar van PKF Wallast

Voor een deel van de belastingplichtigen in box 3 zal dit wetsvoorstel met zich brengen dat de box 3-heffing in 2023, 2024 en 2025 zal stijgen ten opzichte van voorgaande jaren. Dit zal met name het geval zijn bij belastingplichtigen die in box 3 over beleggingen beschikken (bijvoorbeeld vastgoed of aandelenportefeuilles). Afhankelijk van het rendement dat met de beleggingen wordt gemaakt, zal het voor sommige belastingplichtigen mogelijk voordeliger zijn om een deel van hun bezittingen in box 3 in te brengen in de bv. Dit vergt een zorgvuldige beoordeling in overleg met uw belastingadviseur. Bij schuiven met vastgoed, waarbij geen gebruik gemaakt kan worden van vrijstelling dient men rekening te houden met een steeds hoger wordende overdrachtsbelasting. Voor 2023 wordt een heffing van 10,4% voorgesteld. Voor meer informatie hierover verwijzen we u naar het onderdeel Maatregelen woningmarkt onder het kopje Verhoging algemeen tarief overdrachtsbelasting.


Leegwaarderatio woningen aangepast

Voor zowel de inkomstenbelasting als de schenk- en erfbelasting wordt de waarde van verhuurde woningen met huurbescherming bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met de leegwaarderatio. Het percentage van de leegwaarderatio hangt af van de verhouding van de jaarlijkse huurprijs tot de WOZ-waarde van de woning, ofwel het directe rendement. In het Belastingplan 2023 wordt voorgesteld om verhuurde woningen waarbij sprake is van tijdelijke huurcontracten uit te sluiten van de toepassing van die zogenoemde leegwaarderatio. Voor het begrip ‘tijdelijke huurcontracten’ wordt aangesloten bij het Burgerlijk Wetboek. Voor een woning (eengezinswoning, appartement) is die termijn niet langer dan 2 jaar, voor een kamer niet langer dan 5 jaar.

Daarnaast wordt bij verhuur aan gelieerde partijen uitgegaan van het hoogste percentage in de tabel van de leegwaarderatio. Dat percentage zal vanaf 1 januari 2023 100% bedragen. Voor verhuursituaties in gelieerde verhoudingen betekent dit dat de leegwaarderatio voor dit onderdeel de facto wordt afgeschaft. In vrijwel alle gevallen van niet-marktconforme huur is sprake van een door de verhuurder doelbewust gekozen situatie. De verhuurder geeft er zelf de voorkeur aan om de woning te verhuren aan bijvoorbeeld diens zoon of dochter. Daarom vindt de regering een afslag op de WOZ-waarde niet logisch en passend in deze situatie.

Commentaar van PKF Wallast

Het is opvallend dat de afschaffing van de leegwaarderatio voor verhuursituaties in gelieerde verhoudingen ook geldt als een zakelijke huur is overeengekomen. Daarnaast is onduidelijk hoe het begrip ‘gelieerd’ in dit verband moet worden uitgelegd. Naar verwachting zal dit tot de nodige discussies met de Belastingdienst leiden.


Giftenaftrek – aanpassen culturele multiplier

In de inkomstenbelasting geldt een aftrekmogelijkheid voor giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s). Voor gewone giften geldt een drempelbedrag van 1% van het verzamelinkomen. De aftrek is begrensd op 10% van het verzamelinkomen.

Voor culturele ANBI’s geldt een aanvullende faciliteit: de aftrekbare gift mag worden verhoogd met 25% tot een maximum van € 1.250. Met andere woorden: bij een gift tot € 10.000 geldt een verhoging van 25%, daarboven is de verhoging gemaximeerd op € 1.250.

Er bestond onduidelijkheid of deze ‘multiplier’ werd verdubbeld bij fiscale partners. De wettekst wordt in lijn gebracht met de uitvoeringspraktijk, zodat de maximale verhoging ook € 1.250 bedraagt in geval van fiscale partners.

Commentaar van PKF Wallast

Het is overwogen om de giften van partners samen te tellen waarna de multiplier kan worden toegepast met een maximum van € 2.500. Deze optie zou beter hebben aangesloten bij de wijze waarop andere fiscale regelingen worden toegepast bij fiscaal partnerschap. Dat dit een wijziging in de software van de Belastingdienst zou vergen en daarom moeilijk uitvoerbaar zou zijn, is in onze mening geen goed argument.

Giftenaftrek – Begrenzing periodieke giftenaftrek

In een Interdepartementaal BeleidsOnderzoek (IBO) is een aantal ‘opmerkelijke belastingconstructies’ genoemd, waaronder het doen van (zeer hoge) aftrekbare giften aan (zelf ogerichte) ANBI’s. Naast de hiervoor genoemde ‘gewone’ giftenaftrek, kent de inkomstenbelasting de mogelijkheid tot het doen van een periodieke gift. Deze gift is, in tegenstelling tot de gewone gift, niet gemaximeerd in omvang. Voorwaarde is wel dat de gift gedurende ten minste 5 jaar wordt gedaan en bovendien afhankelijk is van het leven van de schenker.

Het is aangekondigd dat deze periodieke gift wordt gemaximeerd op € 250.000 per huishouden per jaar. De exacte uitwerking van deze maatregel zal worden opgenomen in een nog nader te publiceren Nota van Wijziging. Het kabinet benadrukt overigens dat zij filantropie en het belang van periodieke giften daarvoor ondersteunt. Reden voor de maatregel is gelegen in het feit dat in voorkomende gevallen uitzonderlijk hoge inkomens kunnen worden verrekend met de hoge jaarlijkse aftrekbare giften.

Commentaar vanuit PKF Wallast

Het kabinet wil voorkomen dat inkomstenbelasting wordt ontweken door het doen van hoge giften aan een eigen ANBI. In dat geval zou ook gedacht kunnen worden aan een maximering van de aftrek van giften tot een percentage van het verzamelinkomen.

Heeft u vragen over de gevolgen van de maatregelen voor u of uw onderneming?

Onze professionals staan klaar om u te ondersteunen bij uw vraagstukken. Neem vrijblijvend contact op via het formulier.


    Amsterdam

    Beechavenue 78-80
    1119 PW Schiphol-Rijk

    Postadres
    Postbus 74681
    1070 BR Amsterdam

    020 653 18 12

    Amsterdam@pkfwallast.nl

    Rotterdam

    Schaardijk 372
    2909 LA Capelle aan den IJssel

    Postadres
    Postbus 84030
    3009 CA Rotterdam

    010 450 40 20

    Rotterdam@pkfwallast.nl

    Delft

    Delftechpark 40
    2628 XH Delft

    Postadres
    Postbus 332
    2600 AH Delft

    015 261 31 21

    Delft@pkfwallast.nl

    Woerden

    Pompmolenlaan 9
    3447 GK Woerden

    Postadres
    Postbus 533
    3440 AM Woerden

    0348 416 262

    Woerden@pkfwallast.nl

    Alphen aan den rijn

    Europaplein 10F
    2408 GX Alphen aan den Rijn

    Postadres
    Postbus 533
    3440 AM Woerden

    0172 748 218

    AlphenaandenRijn@pkfwallast.nl

    © PKF Wallast is a member of PKF International – a global network of independent firms.
    PKF International Limited is a family of legally independent firms and does not accept any responsibility or liability for the actions or inactions of any individual member or correspondent firm or firms.
    "PKF" and the PKF logo are registered trademarks used by PKF International and member firms of the PKF International Network. They may not be used by anyone other than a duly licenced member firm of the Network.