Verlagen schijfgrens vennootschapsbelasting naar € 200.000 en verhoging tarief 1e schijf

Het kabinet verlaagt met ingang van 1 januari 2023 de schijfgrens in de vennootschapsbelasting van € 395.000 naar € 200.000. Deze grens gold ook tot en met 2020. Daarnaast stijgt met ingang van 1 januari 2023 het tarief in de eerste schijf van de huidige 15% naar 19%. Het reguliere tarief blijft ongewijzigd. De tarieven in de vennootschapsbelasting luiden vanaf 2023 als volgt:

Tarief VPB

2023

Belastbaar bedrag tot en met € 200.000

19%

Belastbaar bedrag vanaf € 200.000

25,80%

Commentaar van PKF Wallast

Indien het de verwachting is dat het belastbare bedrag in 2022 lager is dan € 395.000, kan in overleg met uw belastingadviseur worden onderzocht of het mogelijk is om in 2022 opbrengsten naar voren te halen (bijvoorbeeld door het forceren van een boekwinst op activa) of kosten uit te stellen waardoor het belastbaar bedrag in 2022 hoger wordt en de eerste schijf nog in 2022 optimaal kan worden benut.

Met de verkorting van de eerste schijf en een verlaging van het verschil tussen het hoge tarief en het lage tarief neemt de prikkel af om hierop in te spelen. Desalniettemin bedraagt het voordeel van het lage tarief in 2023 toch nog € 13.600 per vennootschap.

Afschaffen belastingkorting vennootschapsbelasting

Met ingang van 1 januari 2023 zal de betalingskorting verdwijnen die belastingplichtigen kunnen krijgen als de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting ineens wordt betaald in plaats van in termijnen. Overigens stelde deze betalingskorting de laatste jaren al weinig voor, aangezien de hoogte van de betalingskorting is gekoppeld aan de invorderingsrente die in de periode 23 maart 2020 tot en met 30 juni 2022 slechts 0,01% en in de periode 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022 1% bedraagt. 

Jeroen van Strien

Belastingadviseur

Jeroen is sinds 2017 werkzaam bij PKF Wallast als belastingadviseur en is gespecialiseerd in vennootschapsbelasting en de fiscale aspecten van financiering van ondernemingen. Jeroen is gepromoveerd op het onderwerp: Renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting. Naast zijn werk als belastingadviseur en Hoofd Bureau Vaktechniek, is hij ook universitair docent op de Vrije Universiteit Amsterdam.

Sicco van den Berg

ADVISEUR

Sicco van den Berg is sinds 1991 adviseur bij PKF Wallast. Hij ondersteunt groepen van vennootschappen bij nationale en internationale structurering en bij de naleving van fiscale en juridische verplichtingen. Opzetten en fiscaal afstemmen van managementparticipaties. Fiscale aspecten van de financiering van ondernemingen. Advisering bij reorganisaties, fusies en overnames, waaronder due diligence en fiscale structurering. Ook biedt Sicco vaktechnische ondersteuning aan collega adviseurs bij advisering en fiscale procedures.

Introductie tweeschijvenstelsel box 2

Inkomen uit aanmerkelijk belang wordt op dit moment in box 2 belast tegen 26,9%. Met ingang van 2024 voert het kabinet een tweeschijvenstelsel in box 2 in. Per belastingplichtige wordt inkomen uit aanmerkelijk belang tot € 67.000 belast tegen 24,5% en het meerdere tegen 31%. In geval van fiscaal partnerschap geldt het inkomen uit aanmerkelijk belang als gemeenschappelijk inkomensbestanddeel dat vrij aan beide partners kan worden worden toegerekend. Fiscaal partners kunnen jaarlijks daarom maximaal € 134.000 als inkomen uit aanmerkelijk belang genieten met toepassing van het lage tarief van 24,5%. De schijfgrens van € 67.000 zal jaarlijks worden aangepast aan de CPI-index.

Het kabinet hoopt dat met het introduceren van het tweeschijvenstelsel de aanmerkelijkbelanghouder wordt gestimuleerd om jaarlijks winst uit te keren, waardoor belastinguitstel wordt tegengegaan (naast bijvoorbeeld de maatregel tegen excessief lenen bij de eigen bv). 

In combinatie met de aanpassing van de schijfgrens voor de vennootschapsbelasting is het maximale gecombineerde tarief voor de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting ten opzichte van 2022 de komende jaren als volgt:

Gecombineerd tarief VPB/IB

2022

2023

2024

Winst tot en met € 67.000

37,87%

40,79%

38,85%

Winst vanaf € 67.000 tot en met € 200.000

37,87%

40,79%

44,11%

Winst vanaf € 200.000 tot en met € 395.000

37,87%

45,76%

48,80%

Winst vanaf € 395.000

45,76%

45,76%

48,80%

Commentaar van PKF Wallast

Vanwege de stijging van het (top)tarief in box 2 naar 31% kan in overleg met uw belastingadviseur worden onderzocht of het mogelijk voordelig is om in 2022 of 2023 al over een deel van de winstreserves in box 2 af te rekenen tegen het tarief van 26,9%. Vanaf 2024 kan het mogelijk voordelig zijn om jaarlijks middels een dividend de eerste schijf met een tarief van 24,5% in box 2 vol te maken.


Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon

Personen die werkzaamheden verrichten voor een vennootschap waarin zijzelf of hun fiscaal partner een aanmerkelijk belang bezitten, moeten een gebruikelijk loon in aanmerking nemen. In veel gevallen mag op dit moment voor de hoogte van het gebruikelijk loon worden uitgegaan van 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Vanaf 1 januari 2023 zal deze doelmatigheidsmarge worden afgeschaft, waardoor aanmerkelijkbelanghouders een hoger gebruikelijk loon in aanmerking moeten nemen en in box 1 meer belasting zullen betalen. 

Commentaar van PKF Wallast

Het is raadzaam om in overleg met uw belastingadviseur de hoogte van uw gebruikelijk loon nog eens goed tegen het licht te houden. Wellicht maakt de afschaffing van de doelmatigheidsmarge het noodzakelijk om het gebruikelijk loon te verhogen, maar wellicht kan er ook een goede onderbouwing worden gevonden waarmee het mogelijk is het gebruikelijk loon in stand te laten of om juist een lager gebruikelijk loon in aanmerking te nemen.


Uitfaseren fiscale oudedagsreserve (FOR)

Met gebruik van de FOR kan een IB-ondernemer (die aan het urencriterium voldoet) jaarlijks een deel van de winst fiscaal gefaciliteerd reserveren voor een oudedagsvoorziening. Met de Wet toekomst pensioenen (dat op 29 maart 2022 is ingediend bij de Tweede Kamer en nog in behandeling is) worden de mogelijkheden verruimd om in de derde pijler fiscaal gefaciliteerd een oudedagsvoorziening op te bouwen. Ook IB-ondernemers zouden van deze verruiming gebruik moeten kunnen maken. Het kabinet wil daarom met ingang van 2023 de mogelijkheid tot het opbouwen van een FOR afschaffen, mede omdat in de praktijk blijkt dat de FOR in veel gevallen niet wordt gebruikt om te voorzien in een oudedagsverplichting. Een reeds bestaande FOR zal volgens de huidige regels worden afgewikkeld.

Afbouw zelfstandigenaftrek

In het Belastingplan 2020 en 2021 was reeds een afbouw van de zelfstandigenaftrek opgenomen. Het kabinet wil de afbouw van de zelfstandigenaftrek nog verder versnellen, waardoor het verschil in fiscale behandeling tussen ondernemers en werknemers wordt verkleind. Met ingang van 1 januari 2023 wordt de zelfstandigenaftrek in 5 jaarlijkse stappen versneld afgebouwd naar uiteindelijk € 900 in 2027. De zelfstandigenaftrek zal de komende jaren als volgt bedragen:  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

€ 6.310

€ 5.030

€ 3.750

€ 2.470

€ 1.200

€ 900

Vooralsnog blijft de startersaftrek van € 2.123 ongewijzigd. Startende ondernemers kunnen deze startersaftrek maximaal 3 jaar toepassen.

Afschaffing vrijstelling bpm bestelauto’s ondernemers en verhoging mrb

In de belasting voor personenauto’s en motorrijwielen (BPM) kennen we op dit moment een vrijstelling voor bestelauto’s van ondernemers (in de zin van de omzetbelasting). Deze vrijstelling brengt met zich dat er aanzienlijk minder BPM kan worden geheven en bovendien stoten bestelauto’s in vergelijking tot personenauto’s relatief meer CO2, stikstofoxiden en fijnstof uit en dragen daarmee substantieel bij aan de totale uitstoot door het wegverkeer. Het kabinet wil deze vrijstelling daarom vanaf 1 januari 2025 afschaffen. Bovendien wordt de grondslag voor de BPM-heffing voor bestelauto’s gewijzigd van de netto cataloguswaarde naar de CO2-uitstoot. Hiermee wordt de grondslag voor de BPM gelijkgetrokken tussen personenauto’s en bestelauto’s. Voor bestelauto’s zal dus ook gaan gelden hoe hoger de uitstoot, hoe hoger de verschuldigde BPM. Voor emissieloze bestelauto’s zal dus geen BPM zijn verschuldigd. Beoogd wordt de verkoop van emissievrije of zeer zuinige bestelauto’s te stimuleren.

Naast de afschaffing van de vrijstelling voor de bpm wordt de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor bestelauto’s van ondernemers verhoogd. Een ondernemer betaalt op dit moment nog een verlaagd tarief. In 2025 worden de tarieven met 10,01% verhoogd en in 2026 met 6,96%.   


Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Voor zowel schenking als vererving van ondernemingsvermogen kent de huidige fiscale wetgeving (onder voorwaarden) ruime fiscale faciliteiten. Het gaat dan met name om de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) en de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting (DSR). De BOR houdt een ruime vrijstelling van schenk- en erfbelasting in, oftewel afstel van belastingheffing. De DSR zorgt voor het doorschuiven van de inkomstenbelastingclaim naar de toekomst, oftewel uitstel van belastingheffing. Deze fiscale faciliteiten staan al geruime tijd onder politieke druk. De reden hierachter is dat onderzoek heeft uitgewezen dat in veel gevallen voldoende liquiditeiten aanwezig zijn om de verschuldigde belastingen te kunnen voldoen. De vraag ligt nu voor of er dan nog voldoende rechtvaardiging is voor het (grote!) verschil in belastingdruk tussen de overgang van ondernemingsvermogen dan wel beleggingsvermogen.

In het Wetsvoorstel Belastingplan 2023 zijn geen wijzigingen opgenomen met betrekking tot de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Wel wordt in de Miljoenennota 2023 aangekondigd dat het kabinet zich in de komende jaren gaat inzetten om opmerkelijke belastingconstructies en negatief geëvalueerde fiscale regelingen aan te pakken. Onderdeel daarvan is in ieder geval het aanmerken van verhuurd vastgoed als beleggingsvermogen in de BOR en DSR. Dit heeft als gevolg dat voor vastgoed de fiscale faciliteiten niet meer kunnen worden toegepast. Eind dit jaar of in de eerst helft van volgend jaar komt het kabinet met een kabinetsreactie op de evaluatie van de BOR en de DSR.

Commentaar van PKF Wallast

De huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten blijven derhalve voorlopig ongemoeid! Inmiddels is wel duidelijk dat een versobering van de regelingen gaat plaatsvinden, alleen is de vraag wanneer en op welke manier. Overweegt u uw ondernemingsvermogen op (korte) termijn over te dragen aan de volgende generatie? Uw adviseur bij PKF Wallast gaat graag met u hierover in gesprek. Nu kan nog gebruik worden gemaakt van de ruime fiscale faciliteiten! We wijzen u erop dat een bedrijfsopvolgingsproces zorgvuldig moet worden doorlopen. 


Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap treedt per 1 januari 2023 in werking. Vanwege de coronacrisis was de inwerkingtreding van de wet eerder met een jaar uitgesteld. Met de wet beoogt het kabinet om belastinguitstel of belastingafstel door aanmerkelijkbelanghouders tegen te gaan. Indien een aanmerkelijkbelanghouder (al dan niet tezamen met zijn partner of bloed- of aanverwanten in de rechte lijn) meer dan € 700.000 aan schulden bij de eigen vennootschap heeft, wordt het meerdere boven de € 700.000 als fictief regulier voordeel belast in box 2. De eerste peildatum om te bepalen of er sprake is van excessief lenen bij de eigen vennootschap zal 31 december 2023 zijn. Eigenwoningschulden bij de eigen vennootschap die bestaan op 31 december 2022 worden uitgezonderd van de regeling. Eigenwoningschulden die vanaf 2023 bij de eigen vennootschap worden afgesloten, worden alleen uitgezonderd indien aan de vennootschap een recht tot hypotheek wordt verstrekt.

Commentaar van PKF Wallast

Indien u in 2023 te maken krijgt met deze maatregel, is het raadzaam om in overleg met uw belastingadvsieur te beoordelen of het voordelig is om uw (excessieve) schulden bij uw bv middels een dividend (belast als regulier voordeel) af te lossen (als er in privé onvoldoende middelen zijn voor de aflossing) of dat het voordelig is om een fictief regulier voordeel in aanmerking te nemen en de schulden in stand te houden. Dit laatste kan in bepaalde situaties voordelig zijn indien er box 3-vermogen aanwezig is waartegen de schulden kunnen worden afgezet. Ook qua liquiditeitsplanning dient er rekening gehouden te worden met de te betalen belasting. Ter voorkoming van belastingrente is het ook raadzaam om tijdig om een voorlopige aanslag te verzoeken.

Aanpassingen dividendbelasting

Vanaf 2023 worden een aantal aanpassingen doorgevoerd voor de dividendbelasting. Zo wordt de mogelijkheid voor inhoudingsplichtigen om de inspecteur te verzoeken het gestorte kapitaal bij bezwaar vatbare beschikking vast te stellen uitgebreid naar alle lichamen die inhoudingsplichtig zijn. Deze mogelijkheid bestaat op dit moment slechts voor bv’s en nv’s.

Verder wordt in de bepaling tegen dividendstripping ‘rechtspersoon’ vervangen voor ‘lichaam’, omdat deze term in de praktijk beperkend kan werken ten aanzien van niet-transparante lichamen zonder rechtspersoonlijkheid.

Als laatste wordt het heffingsobject uitgebreid naar vergoedingen voor kapitaalverstrekkingen (naast de opbrengst van aandelen, winstbewijzen of vergoedingen op een deelnemerschapslening) die voor de vennootschapsbelasting niet aftrekbaar zijn. Het kabinet acht het gerechtvaardigd dat dividendbelasting kan worden geheven indien de vergoeding niet in aftrek komt bij het bepalen van de winst voor de vennootschapsbelasting.


Wijziging Mijnbouwwet vanwege tijdelijke verhoging cijns

Bedrijven met een vergunning voor het winnen van olie en gas in Nederland, inclusief het Nederlands continentaal plat, dienen op basis van de Mijnbouwwet onder andere cijns af te dragen, afhankelijk van het aantal gewonnen eenheden. In de Mijnbouwwet is geregeld dat bij bestaande vergunningen de heffingen niet mogen worden verhoogd gedurende de looptijd va de vergunning (‘standstillbepaling’) zodat de vergunninghouders zekerheid hebben over de hoogte van de heffingen. Het kabinet overweegt om deze standstillbepaling over 2023 en 2024 buiten werking te stellen zodat bij alle vergunninghouders 65% extra cijns kan worden geheven over gas voor zover de opbrengst meer is dan € 0,50 per m3. De geschatte opbrengst ad € 2,8 miljard zal worden gebruikt om de koopkrachtpakketten deels te dekken. Het kabinet rechtvaardigt de heffing door te wijzen naar de extreem hoge winsten die bij de huidige gasprijzen worden behaald met de gaswinning.


Vastgoed buiten het fbi-regime

Een fiscale beleggingsinstelling is een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap of een fonds voor gemene rekening die als statutair doel en feitelijke werkzaamheid heeft het beleggen van vermogen. Indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, waaronder de voorwaarde dat de winst binnen 8 maanden na afloop van het boekjaar wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, geldt voor de vennootschapsbelasting een vrijstelling.

Het kabinet is voornemens om vanaf 1 januari 2024 deze vrijstelling voor de vennootschapsbelasting af te schaffen indien wordt belegd in binnenlands of buitenlands vastgoed. Het kabinet geeft als reden voor deze inperking van de vrijstelling dat zo de fiscale behandeling van resultaten uit vastgoed evenwichtiger zal worden.

Het kabinet heeft de invoering van de voorgenomen wijziging uitgesteld tot 1 januari 2024 zodat de betreffende beleggers de tijd hebben om te herstructureren. Er wordt daarbij gewezen op pensioenfondsen die na herstructurering rechtstreeks kunnen gaan beleggen in vastgoed met gebruikmaking van een vrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Ook geeft het kabinet aan dat de komende tijd zal worden onderzocht of knelpunten bij dergelijke herstructureringen zoals de heffing van overdrachtsbelasting door flankerende maatregelen kunnen worden weggenomen.

Commentaar van PKF Wallast

Wij zijn benieuwd naar de flankerende maatregelen die zullen genomen om herstructureringen mogelijk te maken. Op voorhand betwijfelen wij of dergelijke maatregelen voor alle beleggers toereikend zullen zijn. Met name niet Europese pensioenfondsen en verzekeraars, die nu op grote schaal gebruik maken van het fbi-regime, zullen naar onze verwachting worden geconfronteerd met een hogere belastingdruk.

Versoepeling aanwenden ODV voor lijfrente

De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer kende de mogelijkheid om in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken geruisloos om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV). Zolang de ODV nog niet is ingegaan kon de ODV fiscaal geruisloos worden aangewend voor het verkrijgen van een lijfrente, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht.

In de praktijk bleek dit te knellen. Op basis van de hardheidsclausule wordt goedgekeurd dat de ODV fiscaal geruisloos kan worden aangewend voor het verkrijgen van een lijfrente tot het einde van het kalenderjaar waarin de leeftijd wordt bereikt die 5 jaar hoger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. In de praktijk blijkt deze goedkeuring nog steeds te knellen, waardoor nu in wetgeving wordt vastgelegd dat de ODV ook fiscaal geruisloos kan worden aangewend voor het verkijgen van een lijfrente, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht na het kalenderjaar waarin de leeftijd wordt bereikt die 5 jaar hoger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd.

Commentaar van PKF Wallast

Opheffen van een vennootschap is niet mogelijk zolang de vennootschap een ODV-verplichting heeft. Door de ODV fiscaal geruisloos aan te wenden voor het verkrijgen van een lijfrente, een lijfrenterekening (banksparen) of een lijfrentebeleggingsrecht kan bereikt worden dat de vennootschap toch opgeheven kan worden. Deze route was niet mogelijk als de belastingplichtige 5 jaar ouder was dan de AOW-gerechtige leeftijd. Deze versoepeling maakt het mogelijk dat ook deze belastingplichtige een ODV fiscaal geruisloos kan aanwenden en vervolgens de vennootschap kan opheffen.

Heeft u vragen over de gevolgen van de maatregelen voor u of uw onderneming?

Onze professionals staan klaar om u te ondersteunen bij uw vraagstukken. Neem vrijblijvend contact op via het formulier.


    Amsterdam

    Beechavenue 78-80
    1119 PW Schiphol-Rijk

    Postadres
    Postbus 74681
    1070 BR Amsterdam

    020 653 18 12

    Amsterdam@pkfwallast.nl

    Rotterdam

    Schaardijk 372
    2909 LA Capelle aan den IJssel

    Postadres
    Postbus 84030
    3009 CA Rotterdam

    010 450 40 20

    Rotterdam@pkfwallast.nl

    Delft

    Delftechpark 40
    2628 XH Delft

    Postadres
    Postbus 332
    2600 AH Delft

    015 261 31 21

    Delft@pkfwallast.nl

    Woerden

    Pompmolenlaan 9
    3447 GK Woerden

    Postadres
    Postbus 533
    3440 AM Woerden

    0348 416 262

    Woerden@pkfwallast.nl

    Alphen aan den rijn

    Europaplein 10F
    2408 GX Alphen aan den Rijn

    Postadres
    Postbus 533
    3440 AM Woerden

    0172 748 218

    AlphenaandenRijn@pkfwallast.nl

    © PKF Wallast is a member of PKF International – a global network of independent firms.
    PKF International Limited is a family of legally independent firms and does not accept any responsibility or liability for the actions or inactions of any individual member or correspondent firm or firms.
    "PKF" and the PKF logo are registered trademarks used by PKF International and member firms of the PKF International Network. They may not be used by anyone other than a duly licenced member firm of the Network.