PKF Wallast adviesreeks - Estate planning

Zowel bij overgang van vermogen tijdens leven (schenkingen) als bij overgang van vermogen na overlijden (erfenissen) is op grond van de Successiewet belasting verschuldigd. Bij estate planning worden de mogelijkheden om deze heffing te beperken uitgewerkt. Maar estate planning is meer.

 

Wilt u het gehele boek downloaden (PDF)? Vul dan het formulier onderaan deze pagina in.

De basis van estate planning ligt in het civiele recht, in het bijzonder in het huwelijksvermogensrecht, het erfrecht en het schenkingsrecht. Die drie rechtsgebieden bepalen wat in een individueel geval de omvang en de samenstelling van een nalatenschap is. Ze beïnvloeden elkaar ook onderling en dat is soms behoorlijk gecompliceerd. Daar komt dan nog het fiscale recht bij: de inkomstenbelasting, de schenk- en erfbelasting en de overdrachtsbelasting.

 

Velen zijn zich niet goed bewust van de oorsprong en samenstelling van hun vermogen. Hoeveel men bezit is vaak nog wel enigszins bekend, maar wat van wie is en welke beperkingen eraan verbonden zijn niet. Dat kan van een aantal factoren afhangen, o.a. onder welk regime van huwelijksgoederenrecht men is getrouwd. Maar zelfs een gewone huwelijksgemeenschap kan voor verrassingen zorgen. Het kan bijvoorbeeld heel goed zijn dat van de ouders is geërfd met een zogenaamde uitsluitingsclausule. Daarmee wordt bepaald dat hetgeen geërfd wordt nooit zal vallen in enige huwelijksgemeenschap of verrekenbeding. Het aldus geërfde vermogen blijft dus per definitie eigen vermogen en valt niet in de gemeenschap. De uitsluitingsclausule is tegenwoordig bijna standaard in ieder testament opgenomen en komt dus heel vaak voor. Ook kan bij leven zijn geschonken (al dan niet onder schuldigerkenning) met een uitsluitingsclausule.

 

Ook bij het maken van huwelijkse voorwaarden kan een verrassing optreden. Vaak wordt daarbij jaarlijkse verrekening overeengekomen van het overgespaarde inkomen. De gedachte daarbij is: wat we samen verdienen mogen we ook samen opmaken, los van wat ieder zelf aan vermogen heeft. De praktijk leert echter dat echtgenoten niet met elkaar boekhouden en dus de jaarlijkse verrekening vaak achterwege laten. Het gevolg daarvan kan vergaand zijn: in veel gerechtelijke uitspraken is bepaald dat in dat geval wordt aangenomen dat het vermogen geheel is opgebouwd uit gezamenlijk verdiend (en dus niet verrekend) inkomen. Het hangt van de situatie af, maar als niet kan worden aangetoond dat bepaalde vermogensbestanddelen zelfstandig zijn verkregen en nooit onderworpen hadden kunnen zijn aan de jaarlijkse verrekening worden deze eenvoudigweg als gemeenschappelijk beschouwd. Ook bevatten veel huwelijkse voorwaarden de (bewijsrechtelijke) bepaling dat alle vermogensbestanddelen die niet aantoonbaar toebehoren aan één van de echtgenoten verondersteld worden gemeenschappelijk eigendom te zijn.

 

Nog een valkuil is het vermogen dat is geërfd met een zogenaamde tweetrapsmaking. Daarbij zijn er eigenlijk twee verkrijgers: de eerste verkrijger moet hetgeen hij heeft geërfd (meestal: wat daarvan nog resteert) bij zijn overlijden doorgeven aan de tweede verkrijger. De leidende gedachte erachter is dat moet worden voorkomen dat vermogen “weglekt” naar aangetrouwde familie.

 

Een ander geval betreft schuldig gebleven erfdelen, vaak met een renteclausule. Ter bescherming van de langstlevende echtgenoot bepaalt de wet (en vaak ook het testament) dat alles aan de langstlevende wordt toebedeeld en dat de kinderen een vordering krijgen op de langstlevende, meestal met rentevergoeding. De kinderen kunnen hun erfdeel en de rente daarover pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende. 

 

Ook een tweede huwelijk kan leiden tot onduidelijkheid over de vermogensrechtelijke verhoudingen. Vaak wordt daarbij al enig vermogen meegebracht en vervolgens aangewend voor gemeenschappelijke doeleinden: een (eerste of tweede) huis, investeringen in het bedrijf, gezamenlijke beleggingen e.d. Het is dan niet altijd makkelijk het spoor nog terug te volgen: wat is (of was) van wie?

 

De les zal duidelijk zijn: alleen door het zorgvuldig bijhouden en administreren van de herkomst van de diverse vermogensbestanddelen en de mutaties daarin kan duidelijkheid worden verschaft over de gerechtigdheid tot het vermogen, maar wie doet dat nu?

 

In deze uitgave staan we stil bij enige civielrechtelijke aspecten die bij estate planning een rol spelen. Daarna gaan we in op de fiscaliteit en welke mogelijkheden er zijn om tot een fiscaal optimale overgang van het vermogen te komen.

 

Meer lezen? Laat je e-mailadres hieronder achter en download het gehele boek.

PKF Wallast Adviesreeks - Belastingafstel

“Belastingafstel”, een gewaagde titel in het huidige tijdsgewricht zult u misschien denken, maar wellicht dat juist het huidige tijdsgewricht een goede aanleiding is om aan dit onderwerp aandacht [...]

PKF Wallast adviesreeks - Bedrijfsopvolging en bedrijfsopname

Elke ondernemer met een succesvol bedrijf zal eens te maken krijgen met het onderwerp bedrijfsopvolging of bedrijfsovername. Hierbij kunnen diverse motieven een rol spelen, zoals veranderende marktomstandigheden waardoor [...]

PKF Wallast adviesreeks - Fiscaal vriendelijk belonen

Deze uitgave in de PKFWallast Adviesreeks “Fiscaal vriendelijk belonen” maakt deel uit van een drieluik: “Fiscaal vriendelijk belonen”, “Fiscaal vriendelijk beleggen” en “Fiscaal vriendelijk ondernemen”. De boeken zijn [...]

Gerelateerde publicaties