Wet UBO-register 27 september 2020

Op 23 juni 2020 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel strekkende tot de implementatie van het UBO-register in Nederland aangenomen (hierna: ‘Wet UBO-register’). Nederland geeft hiermee uitvoering aan de implementatie van de Europese richtlijnen nr. 2015/849 en nr. 2018/843. Op grond van de Wet UBO-register moeten juridische entiteiten vanaf 27 september 2020 hun UBO’s (Ultimate Beneficial Owners) inschrijven in het UBO-register. Zo volgt uit het register de natuurlijke persoon of personen die uiteindelijk een direct of indirect belang houden in een organisatie. Entiteiten die voor 27 september 2020 zijn opgericht krijgen tot 27 maart 2022 om hun UBO’s te registreren. Entiteiten die na 27 september 2020 worden opgericht moeten direct hun UBO’s registreren. Op 21 september 2020 is bij publicatie van het ‘Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten’ nog nadere uitwerking gegeven aan de implementatie van de Wet UBO-register.

Het registreren van UBO’s dient om het gebruik van het financiële stelsel voor witwaspraktijken en terrorismefinanciering te voorkomen. Het UBO-register geeft transparantie in de interne zeggenschapsstructuur van een organisatie zodat personen met een crimineel oogmerk zich niet langer kunnen verschuilen achter een juridische entiteit. Daarnaast is het voor (rechts)personen direct duidelijk met wie zij zaken doen.

 

In deze bijdrage gaan wij nader in op de Wet UBO-register en de verplichtingen die hieruit volgen.

 

Wie is de Ultimate Beneficial Owner?

 

De UBO is de uiteindelijk belanghebbende van een juridische entiteit, ofwel de persoon die de uiteindelijke eigenaar is c.q. zeggenschap heeft over de organisatie. Dit zijn natuurlijke personen die:

  • meer dan 25% van de aandelen, stemrechten of het eigendomsbelang (in)direct houden; en/of

  • feitelijk zeggenschap over de juridische entiteit uitoefenen.

 

Uit voorgaande volgt dat een entiteit meerdere UBO’s kan hebben. Dit illustreren wij aan de hand van het volgende voorbeeld.

 

Voorbeeld

Een Stichting Administratiekantoor (‘STAK’) houdt 100% van de aandelen in een bv. De zeggenschap van de STAK ligt bij het bestuur. De STAK geeft certificaten van de aandelen in de bv aan vier certificaathouders, waarvan twee certificaathouders ieder 40% en twee certificaathouders ieder 10% van de certificaten van aandelen van de bv houden. Het bestuur van de STAK wordt gevormd door de heer X en in de statuten van deze STAK is opgenomen dat ontslag en benoeming van bestuurders geschiedt door het bestuur. Feitelijk heeft dit tot gevolg dat de heer X dus niet tegen zijn wil kan worden ontslagen. Voornoemde situatie is schematisch weergegeven in de afbeelding hieronder.

Een certificaat geeft de houder een (economisch) eigendomsbelang in de entiteit waarvan de aandelen zijn gecertificeerd. De STAK houdt 100% van de aandelen in de bv en houdt daardoor de aandelen verbonden stemrechten en houdt dus het juridisch eigendomsbelang met betrekking tot de aandelen. Dit betekent dat de certificaathouders met elk 40% van de certificaten van aandelen in handen kunnen worden gekwalificeerd als UBO, omdat zij elk meer dan 25% van het eigendomsbelang in de bv houden. De andere twee certificaathouders houden slechts 10% van de certificaten en voldoen derhalve niet aan de ondergrens van 25% eigendomsbelang om als UBO te worden gekwalificeerd. Daarnaast kan de heer X als bestuur van de STAK ook als UBO van de bv worden gekwalificeerd, omdat hij als bestuur van de STAK door uitoefening van het stemrecht op de aandelen de feitelijke zeggenschap over de bv kan uitoefenen.

 

Wat als er geen UBO kan worden aangewezen?

 

In het geval geen UBO kan worden aangewezen op basis van de geldende criteria, dan moet een pseudo-UBO worden ingeschreven. De pseudo-UBO is de persoon of zijn de personen die verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beleid van de entiteit, bijvoorbeeld het bestuur of een vennoot.

 

Voorbeeld

Een bv heeft vier aandeelhouders, ieder met 25% van de aandelen in handen. Deze situatie is schematisch weergegeven in de afbeelding hieronder.

Uit de afbeelding volgt dat het aandelenbelang van de aandeelhouders niet groter is dan de ondergrens van 25%, dus geen van de aandeelhouders kunnen als UBO van de bv worden gekwalificeerd. In dit geval moet er een pseudo-UBO worden aangewezen. Het bestuur van de bv belast met het dagelijkse beleid kan dan worden gekwalificeerd als pseudo-UBO van de bv.

 

Welke rechtsvormen moeten UBO’s registreren?

 

De Kamer van Koophandel (‘KVK’) zal de organisaties die verplicht zijn tot registratie aanschrijven met het verzoek de UBO’s te registreren. De volgende rechtsvormen zijn verplicht om actief UBO’s in te schrijven:

  • de (nietbeursgenoteerde) nv en bv;

  • stichtingen;

  • verenigingen;

  • onderlinge waarborgmaatschappijen;

  • coöperaties;

  • maatschappen;

  • vennootschappen onder firma;

  • commanditaire vennootschappen;

  • rederijen;

  • Europese naamloze vennootschappen (SE);

  • Europese coöperatieve vennootschappen (SCE); en

  • kerkgenootschappen.

 

De volgende rechtsvormen hebben geen opgaveverplichting:

  • eenmanszaken;

  • beursgenoteerde nv’s en bv’s;

  • 100% dochtervennootschappen van beurgenoteerde vennootschappen;

  • verenigingen van eigenaars;

  • rechtspersonen in oprichting;

  • verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid die geen onderneming drijven;

  • publiekrechtelijke rechtspersonen; en

  • overige privaatrechtelijke rechtspersonen (bijvoorbeeld hofjes en gilden).

 

Buitenlandse rechtspersonen die statutair gevestigd zijn in het buitenland maar een vestiging in Nederland hebben zijn daarbij ook vrijgesteld van opgave in Nederland.   

 

Welke gegevens moeten worden ingeschreven?

 

Vanaf 27 september 2020 08:00 kunnen entiteiten hun UBO’s gaan inschrijven. Entiteiten moeten de volgende gegevens van de UBO’s inschrijven:

  1. voornaam en achternaam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonstaat en de aard en omvang van het economische belang; en

  2. het BSN/buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN), geboortedag, geboorteland en –plaats, woonadres, afschrift van geldig identiteitsbewijs en afschrift van documenten waaruit de aard en omvang van het economische belang blijkt.

Het economische belang onder 1. hoeft niet concreet te worden opgegeven, maar wordt onderverdeeld in de volgende klassen:

(i)   groter dan 25% tot en met 50%;

(ii)  groter dan 50% tot en met 75%; en

(iii) groter dan 75% tot en met 100%.

 

Het economische belang van de UBO’s moet met een of meer van de volgende documenten worden onderbouwd:

  • aandeelhoudersregister;

  • statuten;

  • certificaathoudersregister;

  • akte van oprichting;

  • ledenregister;

  • organogram;

  • inschrijving handelsregister; of

  • overige notariële akten.

 

De documenten die gebruikt zijn ter onderbouwing dienen ook te worden gedeponeerd in het register. De KVK zal de onderbouwing van het economische belang uit deze documenten slechts marginaal toetsen.

 

Wie heeft inzage in deze gegevens?

 

Het register wordt bijgehouden door de KVK en is publiekelijk toegankelijk. Raadplegers moeten zich echter wel registreren, waarbij de identiteit van de raadplegers kan worden vastgesteld door de KVK. UBO’s krijgen op eigen verzoek inzicht in hoe vaak hun informatie wordt geraadpleegd, maar niet door wie. Daarnaast zullen alleen de gegevens onder 1. openbaar zijn voor het publiek. Tot de gegevens onder 2. hebben enkel daartoe bevoegde autoriteiten, zoals de Financiële Inlichtingen Eenheid, Belastingdienst, AFM, OM en DNB, toegang. De UBO’s krijgen geen inzicht in hoe vaak deze autoriteiten een beroep doen op hun informatie in het register.

 

Eventuele afscherming van de gegevens wordt enkel in de volgende gevallen toegestaan:

  • de UBO is minderjarig (onder 18);

  • de UBO is door de rechter onder curatele/bewind gesteld; of

  • de UBO staat reeds onder beveiliging van de (regionale) politie.  

 

Bij afscherming blijven voornoemde bevoegde autoriteiten echter toegang houden tot de UBO gegevens in het register.

 

Terugmeldplicht

 

Bepaalde instellingen en/of beroepen, zoals banken, notarissen, accountants, belastingadviseurs en advocaten, die UBO gegevens opvragen en daarbij opmerken dat er een discrepantie bestaat tussen de gegevens uit het UBO-register en de werkelijkheid, hebben de verplichting om hiervan melding te doen bij de KVK. Deze verplichting is derhalve van toepassing op PKF Wallast.

 

Welke sancties staan op niet-naleving?

 

Organisaties zijn zelf verantwoordelijk de gegevens van UBO’s bij te houden en waar nodig aan te passen. Het niet naleven van de verplichting tot het inschrijven van de UBO’s wordt aangemerkt als een economisch delict. Onder meer het overtreden van een van de volgende verplichtingen wordt hieronder geschaard:

 

(i)   de registratie van de (gegevens van de) UBO’s in het register;

(ii)  het inwinnen en bijhouden door de organisatie van actuele informatie over hun UBO’s;

(iii) de verplichting van de UBO’s om de organisatie deze informatie te verstrekken; en

(iv) de ‘terugmeldplicht’ voor instellingen, zoals volgt uit de Wet ter voorkoming van witwassen   en financiering van terrorisme.

 

Een schending van bovenvermelde verplichtingen wordt gekwalificeerd als een overtreding met als sanctie tot zes maanden hechtenis, een taakstraf of een geldboete van de vierde categorie (2020: EUR 21.750). Indien de verplichtingen zoals vermeldt onder (ii) t/m (iv) opzettelijk niet worden nageleefd, dan kan dit zelfs worden gekwalificeerd als misdrijf met mogelijk een celstraf tot gevolg.   

 

Wetsvoorstel 17 april 2020 UBO voor trusts en soortgelijke juridische constructies

 

Op 17 april 2020 is een conceptwetsvoorstel ter internetconsulatie voorgelegd, waarin het voor trusts en soortgelijke juridische constructies ook verplicht wordt de UBO te registreren in het register. Uiteindelijke belanghebbenden bij trusts of soortgelijke juridische constructies, zoals open en besloten fondsen voor gemene rekening, moeten dan worden geregistreerd. Het UBO-register en de regels daaromtrent voor trusts en soortgelijke juridische entiteiten zal (voor zover nu bekend is) grotendeels gelijk zijn ingericht als het UBO-register voor juridische entiteiten.

 

De internetconsultatie ten aanzien van het wetsvoorstel is op 15 mei 2020 gesloten. Houd onze website in de gaten voor meer informatie met betrekking tot het wetvoorstel UBO voor trusts en soortgelijke juridische constructies.  

 

Afsluiting

 

Als u vragen heeft over het verwerken en registreren van uw UBO gegevens en inschrijvingen, neem dan contact op met uw relatiemanager of een van de bedrijfsjuristen van PKF Wallast.

Noodpakket voor banen en economie

Deze maand zijn nieuwe drie nieuwe regelingen ingegaan (NOW 3, TVL 2 en Tozo 2). Verder krijgen ondernemers langer de tijd om belastingschuld ontstaan door de coronacrisis af te [...]

De Baangerelateerde InvesteringsKorting (BIK): investeren wordt (fiscaal) beloond!

Het kabinet wil bedrijven stimuleren om tijdens de coronacrisis te blijven investeren. Immers, investeringen leiden tot meer of behoud van banen en stellen bedrijven in staat om zichzelf [...]

Nieuwe Vpb-groepsregeling verdient zorgvuldiger afweging dan nu gegeven

Na een keuzeronde vorig jaar zet Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën een vervolgstap richting de potentiële vervanger van het huidige fiscale eenheidsregime. Op basis van draagvlak slaat de weegschaal [...]

Gerelateerde publicaties