De NOW-regeling

(geüpdatet n.a.v. Wijziging Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid d.d. 3 april 2020)

 

Op 31 maart 2020 heeft de Minister van Sociale Zaken (Wouter Koolmees) de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) gepubliceerd. Aanleiding voor de NOW is de uitbraak van COVID-19 (het coronavirus) en de daarmee verband houdende overheidsmaatregelen, die een enorme impact hebben op het maatschappelijke leven en de Nederlandse arbeidsmarkt. Het doel van de NOW is om werkgevers in tijden van zware terugval in de omzet te ondersteunen bij het in dienst houden van hun werknemers. De NOW voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten, die kan oplopen tot maximaal 90% afhankelijk van de omzetdaling. De NOW dient als vervanging van de reguliere Regeling Werktijdverkorting (WTV-regeling), die is ingetrokken op 17 maart 2020.

Inhoud en doelgroep

 

De NOW ondersteunt werkgevers die worden geconfronteerd met een omzetdaling van tenminste 20%, over een aangesloten periode van drie maanden. Het uitgangspunt hierbij is dat deze daling het gevolg is van buitengewone omstandigheden die buiten het normale ondernemersrisico vallen, zoals het coronavirus en de overheidsmaatregelen. De overheid doet door middel van de NOW een beroep op de werkgevers om zich in te zetten voor een zo groot mogelijk behoud van werkgelegenheid in Nederland.

 

De NOW voorziet in eerste instantie in een subsidieverlening voor de loonkosten van maart 2020 tot en met mei 2020. Het kabinet kan besluiten tot een verlenging van deze periode met drie maanden, indien de situatie dat vereist. Over een eventuele verlenging zal ten laatste op 1 juni 2020 worden besloten.

 

De tegemoetkoming is van toepassing op de loonkosten van de werknemers die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De NOW is daarmee van toepassing op zowel vaste krachten als flexibele krachten, zoals oproepkrachten en werknemers met een nul-uren contract. Voor payroll- en uitzendwerkgevers gelden onder de NOW dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Het kabinet roept werkgevers op om verantwoordelijkheid te nemen voor hun flexwerkers en het loon van flexwerkers zoveel mogelijk door te betalen. De tegemoetkoming is niet van toepassing op loonkosten van niet-verzekerde of vrijwillig verzekerde DGA’s (directeur grootaandeelhouder).

 

De NOW geldt ook voor startende ondernemers als er voor 1 maart 2020 tenminste een maand omzet is gedraaid en er loon is geweest. De NOW geldt daarnaast ook in internationaal verband, in het geval dat internationale werkgevers werknemers in dienst hebben die in Nederland sociaal verzekerd zijn.

 

Berekening van de tegemoetkoming

 

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de periode van maart 2020 tot en met mei 2020. Voor de loonsom wordt uitgegaan van het sociale verzekeringsloon uit de geldende dienstbetrekking. Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies, werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. In het kader van efficiëntie bij het afhandelen van de aanvragen is gekozen voor een opslag voor werkgeverslasten van 30% voor alle gevallen. Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten.

 

Als loon wordt maximaal twee keer het maximumdagloon per maand per individuele werknemer in aanmerking genomen. Loon boven het bedrag van EUR 9.538 per maand komt derhalve niet voor subsidie in aanmerking. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van het percentage van de omzetdaling, waarbij de tegemoetkoming evenredig lager wordt vastgesteld bij een lagere omzetdaling. De volgende voorbeelden zijn hierbij van toepassing:

  • bij een omzetdaling van 100% bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;

  • bij een omzetdaling van 50% bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever; en

  • bij een omzetdaling van 25% bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.

 

Voorwaarden aanvraag NOW

 

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming moet een omzetdaling van minimaal 20% zich voordoen over een driemaandsperiode, waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020. Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan dus een latere periode worden gekozen met dien verstande dat als laatste meetperiode gekozen kan worden voor de periode 1 mei t/m 31 juli 2020. De omzet over de meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari 2019 tot en met december 2019, gedeeld door vier (de zogenaamde ‘referentie’-periode). Hierbij wordt in het kader van efficiëntie voorbij gegaan aan de mogelijkheid dat de cijfers over 2019 wellicht niet representatief zijn (er wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met seizoensinvloeden). Werkgevers moeten zelf het percentage aan verwachte omzetdaling bepalen. Indien de werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, dan geldt er een afwijkende bepaling van de omzetdaling.

 

Met het begrip ‘omzet’ sluit de NOW aan bij de definitie van omzet in het jaarrekeningrecht. Hierbij wordt uitgegaan van de netto-omzet, oftewel de opbrengst uit de levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven belastingen.

 

Als sprake is van een groep van rechtspersonen geldt de omzetdaling op concernniveau. De werkgever moet in dat geval de omzet van de groep opgeven om te bepalen of de werkgever in aanmerking komt voor de NOW. Hierbij geldt dat per loonheffingnummer in het concern een aanvraag moet worden gedaan. Bij een dochtervennootschap gelden onder de NOW dezelfde regels als bij het concern. Buitenlandse dochters en vennootschappen die tot de groep behoren worden bovendien in aanmerking genomen voor de bepaling van de omzetdaling als zij loon in Nederland hebben.

 

Verloop aanvraag, voorschot en toekenning van de subsidie

 

Een aanvraag op basis van de NOW-regeling kan worden ingediend bij het UWV. Aanvragen kunnen in ieder geval vanaf 14 april 2020 bij het UWV worden ingediend. Het UWV heeft het streven om vanaf 6 april 2020 de regeling te kunnen uitvoeren. Hierover zal het UWV uiterlijk op vrijdag 3 april 2020 uitsluitsel geven. De benodigde aanvraagformulieren worden beschikbaar gesteld op www.uwv.nl.

 

Bij een aanvraag op basis van de NOW-regeling kan het volgende stappenplan worden aangehouden:

1. de werkgever dient bij het UWV een aanvraag in voor subsidie voor de loonsom in maart, april en mei 2020 in verband met een omzetdaling (van tenminste 20%);

2. de werkgever vergelijkt de verwachte omzet van de gekozen meetperiode met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier (de referentieperiode); en

3. de werkgever berekent op basis van de vergelijking van de omzet over de referentieperiode en de verwachte omzet over de meetperiode het omzetverlies in procenten. De werkgever vermeldt het percentage omzetverlies op het aanvraagformulier. Indien een werkgever werkt met meerdere loonheffingsnummers, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen.

 

Het UWV neemt de aanvraag in behandeling en zal na een positieve beslissing op de aanvraag een voorschot verlenen van 80% van de definitieve subsidie, zoals deze wordt berekend op basis van de aangeleverde informatie in het aanvraagformulier. Het UWV neemt een beslissing op de aanvraag binnen 13 weken. De betaling van het voorschot zal in drie termijn geschieden, waarbij wordt gestreefd om de eerste termijn van het voorschot binnen 2-4 weken te laten plaatsvinden.

 

De werkgever dient binnen 24 weken na afloop van de meetperiode een definitieve vaststelling van de subsidie aan te vragen. Hierbij is in beginsel een accountantsverklaring vereist. Er wordt nog duidelijkheid gegeven onder welke grens van het subsidiebedrag een accountantsverklaring niet is vereist. Het UWV zal binnen 52 weken na ontvangst van deze aanvraag de definitieve subsidie vaststellen. Na afrekening kan een nabetaling dan wel terugvordering plaatsvinden.

 

Verplichtingen werkgevers

 

Uit de NOW volgen ook zekere voorwaarden en/of verplichtingen voor de werkgevers. Allereerst rust op de werkgever een inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en de werknemers dus door te betalen. Een daling in de loonsom heeft immers een negatieve invloed op de hoogte van de subsidie waar de werkgever aanspraak op maakt. Het voorschot van 80% van de loonsom is namelijk gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de meetperiode lager is, wordt de hoogte van de subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald.

 

Ten tweede wordt van de werkgever verlangd dat deze geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen zal aanvragen voor zijn werknemers, gedurende de periode waarover hij subsidie zal ontvangen. Dit strookt met het doel van de NOW-regeling, namelijk het behoud van zoveel mogelijk werkgelegenheid. Deze verplichting geldt voor de periode van 18 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Een verzoek tot ontslag kan tot vijf werkdagen na de indiening door de werkgever worden ingetrokken. Indien de werkgever toch ontslag heeft aangevraagd bij het UWV en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, dan wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie (in de vorm van een sanctie) doorgevoerd. Wordt er tijdens deze periode toch een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aangevraagd,  dan geldt dat een bedrag gelijk aan het maandloon van de werknemers waarvoor ontslag is aangevraagd (ongeacht of het ontslag is toegewezen) plus een verhoging van 50% en vervolgens vermenigvuldigd met de factoren x 3 x 1,3 x 0,9 in mindering wordt gebracht op de subsidie.

 

Tot slot is de werkgever verplicht om de subsidie volledig aan te wenden voor de betaling van loonkosten. De werkgever informeert (indien aanwezig) de ondernemingsraad dan wel personeelsvertegenwoordiging over de subsidieaanvraag. Bij afwezigheid van deze organen informeert de werkgever de werknemers.

 

Misbruik en oneigenlijk gebruik

 

Het kabinet heeft onder meer een beroep gedaan op de ‘goede wil’ van de werkgevers om geen misbruik te maken van de NOW-regeling. Om het risico van misbruik te beheersen zijn er een aantal maatregelen genomen. Zo is de werkgever verplicht om een zodanig controleerbare administratie te beheren, zodat achteraf kan worden gecontroleerd of de subsidie terecht is verstrekt. De werkgever verleent desgevraagd tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie inzage in deze administratie. Daarnaast geldt voor de werkgever de verplichting om direct melding te doen indien blijkt dat hij niet langer voldoet aan de vereisten van subsidieverlening. Het UWV behoudt de mogelijkheid de betaling van het voorschot op te schorten, indien sprake is van een ernstig vermoeden dat niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan en kan een reeds verleende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

 

Het UWV heeft de mogelijkheid om aangifte te doen bij het Openbare Ministerie (OM), indien bij vaststelling van de subsidie sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Het OM kan bij misbruik een strafrechtelijk onderzoek instellen en overgaan tot vervolging. Ook de Inspectie SZW is bevoegd (onder gezag van het OM) om op basis van informatie van het UWV een onderzoek in te stellen. Het UWV verricht bovendien door middel van data-analyse steekproefgericht controles, zowel gedurende de subsidieaanvraag als na ontvangst van de subsidie.

 

Verzoek WTV-regeling reeds ingediend?

 

Indien een vergunning op basis van de WTV-regeling reeds is ingediend en verkregen, dan blijft de WTV-regeling van toepassing. Wel kan er geen verlenging meer worden aangevraagd. Het is voor de werkgever mogelijk om vervolgens een aanvraag in te dienen op basis van de NOW-regeling.

 

Is een aanvraag op basis van de WTV-regeling afgekeurd, dan kan op grond van de NOW-regeling een nieuwe aanvraag worden ingediend. Daarnaast worden lopende aanvragen op basis van de WTV-regeling in het vervolg beschouwd als een aanvraag op basis van de NOW-regeling. Werkgevers ontvangen in dat geval bericht indien aanvullende gegevens vereist zijn.

 

Ontslag nog steeds mogelijk?

 

Het antwoord op de voorgaande vraag is ‘Ja’. Toen de contouren van de NOW-regeling bekend werden gemaakt, werd er geconcludeerd dat ontslag van werknemers gedurende de NOW-regeling niet mogelijk zou zijn. Uit de uitwerking blijkt dat dit onjuist is. Een ontslag kan echter wel gevolgen hebben op de hoogte van de tegemoetkoming (zoals hiervoor beschreven). Als er redenen zijn om te reorganiseren (bijvoorbeeld als een structurele werkvermindering wordt verwacht) of als er andere redenen zijn voor ontslag, dan hoeft een werkgever niet te wachten.  Een en ander hangt af van het financiële plaatje.

 

Dit overzicht is samengesteld op basis van informatie die bij PKF Wallast beschikbaar was ten tijde van het opstellen van dit document. Beoogd wordt een impressie te geven van de verschillende maatregelen die landen nemen. Neem voor actuele informatie contact op met de adviseur van PKF Wallast, die u graag in contact brengen met de lokale collega’s van het PKF-netwerk.

Voorziening mogelijk voor niet stuiten verjaringstermijn

Als een bv aansprakelijk gesteld kan worden voor een beroepsfout is het soms mogelijk een passiefpost te vormen. Er moeten uitgaven zijn gedaan die hun oorsprong hebben in [...]

Regeling tijdelijke verhuur ook voor verhuur deel woning

Tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning is volgens Advocaat-Generaal Niessen ook als tijdelijke verhuur van een eigen woning belast.

Wederom internationaal verkeer in verdragen

In tegenstelling tot Rechtbank Noord-Nederland is Rechtbank Noord-Holland van mening dat internationaal verkeer in het verdrag met Zwitserland moet worden uitgelegd op basis van het OESO-commentaar waaruit blijkt [...]

Gerelateerde publicaties