Ontslagvergoeding is geen immateriële schade

20 februari 2020

Ontslagvergoeding is geen immateriële schade

Een ontslagvergoeding vanwege het beëindigen van een dienstbetrekking moet worden belast als loon uit dienstbetrekking, ongeacht of er sprake is van een vergoeding voor immateriële of materiële schade.

Belanghebbende is vanaf 23 maart 2000 tot 1 februari 2016 in dienst geweest van de Hogeschool als docent. Door spanningen, veroorzaakt door het niet doorgroeien in salaris en een hoge werkdruk, kampt de docent met burn-outklachten en heeft hij zich ziek gemeld. Na een korte periode een andere functie te hebben geprobeerd heeft de docent zich wederom ziek gemeld vanwege burn-outklachten. De arbeidsovereenkomst is daarna ontbonden door middel van een vaststellingsovereenkomst. Aan de docent is een beëindigingsvergoeding toegekend van €107.324 bruto.

 

In geschil is of de beëindigingsvergoeding gedeeltelijk moet worden aangemerkt als niet tot het loon behorende vergoeding voor geleden immateriële schade. De docent beantwoordt deze vraag bevestigend, de inspecteur ontkennend.

 

De docent stelt dat een deel van deze beëindigingsvergoeding ziet op de vergoeding van door hem geleden immateriële schade en daardoor niet is belast. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een ontslagvergoeding ter gelegenheid van het beëindigen van een dienstbetrekking behoort te worden belast als loon uit dienstbetrekking, ongeacht of er sprake is van een vergoeding voor immateriële of materiële schade. Een uitzondering op deze hoofdregel betreft het geval waarin de ontslagvergoeding geen of onvoldoende verband houdt met de dienstbetrekking om daaruit als genoten te worden aangemerkt. Een vergoeding verstrekt wegens aan de afwikkeling van een dienstbetrekking inherent psychisch leed valt niet onder deze uitzondering. De bewijslast dat deze uitzondering van toepassing is rust op de docent. De docent slaagt niet in deze bewijslast. In de overeenkomst met de ex-werkgever stond dat de vergoeding was bedoeld voor de aanvulling van een elders lager te verdienen loon of uitkering. Het hof leidde hieruit af dat de voormalige werkgever van de docent met de beëindigingsvergoeding niets anders had beoogd dan toekomstig loon- of pensioeninkomen aan te vullen. Dergelijke vergoedingen behoorden op grond van artikel 3.82 Wet IB 2001 tot het loon. Het hof verklaarde het hoger beroep van de docent ongegrond. De docent ging in cassatie, maar de Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).

 

Bron: HR 17-01-2020, nr.19/04423 (ECLI:NL:HR:2020:53)

Amsterdam

Beechavenue 78-80
1119 PW Schiphol-Rijk

Postadres
Postbus 74681
1070 BR Amsterdam

020 653 18 12

Amsterdam@pkfwallast.nl

Delft

Delftechpark 40
2628 XH Delft

Postadres
Postbus 332
2600 AH Delft

015 261 31 21

Delft@pkfwallast.nl

Rotterdam

Schaardijk 372
2909 LA Capelle aan den IJssel

Postadres
Postbus 84030
3009 CA Rotterdam

010 450 40 20

Rotterdam@pkfwallast.nl

Woerden

Pompmolenlaan 9
3447 GK Woerden

Postadres
Postbus 533
3440 AM Woerden

0348 416 262

Woerden@pkfwallast.nl

Alphen aan den rijn

Europaplein 10F
2408 GX Alphen aan den Rijn

Postadres
Postbus 533
3440 AM Woerden

0172 748 218

AlphenaandenRijn@pkfwallast.nl

© PKF Wallast is a member of PKF International – a global network of independent firms.
PKF International Limited is a family of legally independent firms and does not accept any responsibility or liability for the actions or inactions of any individual member or correspondent firm or firms.
"PKF" and the PKF logo are registered trademarks used by PKF International and member firms of the PKF International Network. They may not be used by anyone other than a duly licenced member firm of the Network.