Europese en internationale maatregelen

Het kabinet geeft middels het Belastingplan 2022 en de aanvullende wetsvoorstellen invulling aan een
aantal al reeds eerder aangekondigde maatregelen, zoals de beperking van de mogelijkheden tot
verrekening van voorheffingen, de implementatie van nadere maatregelen om hybride mismatches tegen
te gaan (reverse hybrids), en de aanpassing met betrekking tot zogeheten ‘transfer pricing adjustments’
voorzover een dergelijke prijsaanpassing op basis van de Nederlandse transfer pricing regels niet wordt
geflankeerd door een gespiegelde aanpassing van de andere partij.


Daarnaast schuift het kabinet een aantal maatregelen door naar later dit jaar danwel begin 2022,
waaronder bijvoorbeeld de aanpassing van de (Nederlands fiscale) kwalificatie van bepaalde
buitenlandse en Nederlandse rechtsvormen (transparantie), en de implementatie van de aanpassingen in de Europese richtlijn inzake administratieve bijstand – DAC7.

Van Investor tot en met Investment, van DD tot en met exit. We weten wat de deal verder brengt, en de drijfveren erachter. Bovendien kennen we de bijbehorende risico’s die – vaak onbedoeld – bij elke deal horen.

Onze experts kunnen u bij elke stap in het proces bijstaan. Met ons team van ervaren bedrijfstaxateurs (business valuators), financiële professionals, belastingadviseurs en juridische experts staan ​​wij klaar om u bij elke stap bij te staan.

Onderwerpen

Verrekening voorheffingen

Op Prinsjesdag 2020 heeft het kabinet – naar aanleiding van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) in de Franse zaak Sofina –dit wetsvoorstel al aangekondigd. De maatregel betreft een beperking van verrekening van dividendbelasting (en kansspelbelasting) met de verschuldigde vennootschapsbelasting (Vpb). Belastingplichtigen kunnen op grond van de wet zoals die nu luidt in beginsel de van hen geheven dividendbelasting en kansspelbelasting als voorheffing met de Vpb verrekenen, ook als in een jaar de berekening van de verschuldigde Vpb niet leidt tot een positief bedrag. In Nederland gevestigde aandeelhouders die belastingplichtig zijn voor de Vpb
(belastingplichtigen) kunnen de dividendbelasting altijd direct verrekenen met de Vpb, zodat zij per saldo enkel Vpb over het portfoliodividend betalen. Als zij verlieslatend zijn of anderszins geen Vpb verschuldigd zijn, krijgen de belastingplichtigen de geheven dividendbelasting volledig terug. In het buitenland gevestigde lichamen die niet belastingplichtig zijn voor de Vpb maar die zich overigens in een vergelijkbare positie bevinden als Vpb-plichtige lichamen hebben deze mogelijkheid niet. Dit onderscheid is op basis van de uitspraak van het HvJ EU in de zaak Sofina mogelijk niet toegestaan. Daarom wordt voorgesteld om de mogelijkheden voor verrekening van dividendbelasting en kansspelbelasting met de Vpb voor belastingplichtigen in het algemeen te beperken, zowel voor binnenlandse als voor buitenlandse belastingplichtigen.

Het voorstel beperkt vanaf 1 januari 2022 voor binnenlandse belastingplichtigen de mogelijkheden om voorheffingen terug te vragen. Daartoe voorziet het voorstel in een nieuwe, complexe voorheffingenbeschikking-systematiek die ertoe leidt dat:

  1. de voorheffingen in het jaar slechts verrekenbaar zijn tot ten hoogste het bedrag aan te
    betalen vennootschapsbelasting vóór verrekening van voorheffingen en
  2. niet verrekende voorheffingen onbeperkt naar volgende jaren kunnen worden
    voortgewenteld.

De voorgestelde regeling geeft de belastingplichtige dus de mogelijkheid om het in een jaar niet voor verrekening in aanmerking komende bedrag aan voorheffingen over te brengen naar een later jaar. Aan de voortwenteling van niet-verrekende voorheffingen wordt geen termijn gesteld. Naast de hoofdregel dat geen teruggave van voorheffingen meer zal plaatsvinden is een aantal flankerende bepalingen in onderhavig wetsvoorstel opgenomen om de samenloop van de voorgestelde verrekeningsbeperkingmaatregel te regelen met de reorganisatiefaciliteiten en het fiscale eenheidsregime. Voor het benutten van voortgewentelde voorheffingen nà fusie of nà voeging worden aanvullende maatregelen voorgesteld analoog aan de bepalingen omtrent voorfusie- en voorvoegingsverliezen.

Commentaar PKF Wallast

De maatregelen naar aanleiding van het arrest Sofina waren al aangekondigd en leiden per saldo tot een extra beperking van de verrekeningsmogelijkheden voor binnenlandse belastingplichtige rechtspersonen, in plaats van – conform arrest en eerder besluit – tot teruggaven aan buitenlands belastingplichtigen. 

Deze aanpak is opvallend: momenteel is naar aanleiding van het arrest Sofina een beleidsbesluit (het Sofina-arrestbesluit) van toepassing, waarin is goedgekeurd dat de inspecteur in lijn met het arrest in bepaalde situaties teruggaaf van voorheffingen aan niet in Nederland gevestigde lichamen die niet belastingplichtig zijn kan verlenen. De ongelijke behandeling wordt op grond van het besluit weggenomen met een verruiming voor de buitenlandse belastingplichtigen. Dit Sofina-arrestbesluit wordt na de inwerkingtreding van het Belastingplan 2022 ingetrokken. Het verschil in behandeling wordt in het wetsvoorstel juist weggenomen met een beperking voor de binnenlands belastingplichtigen! Zo is de eerder verwachte budgettaire derving voor de Schatkist omgedraaid in een voordeel in de begroting, maar neemt de complexe regelgeving voor de binnenlandse belastingplichtigen weer toe. Belangrijk is dat bij een beperking van de verrekeningsmogelijkheden de belastingplichtige de voortwenteling van de voorheffingen separaat moet bijhouden, en altijd een beschikking van de inspecteur moet hebben. Extra werk en verantwoordelijkheid voor de belastingplichtige dus! Voorzichtigheid en aandacht zijn daarnaast geboden bij het aangaan van een fusie of een fiscale eenheid waarbij één van de betrokken partijen over ‘voortgewentelde voorheffingen’ beschikt. 

Belastingmaatregel omgekeerd hybride lichamen

Het al in maart van dit jaar geconsulteerde wetsvoorstel regelt de implementatie van de zogenoemde belastingplichtmaatregel voor omgekeerde hybride lichamen (‘reverse hybrids’) per 1 januari 2022. Omgekeerde hybride lichamen zijn samenwerkingsverbanden die voor belastingdoeleinden door de staat naar het recht waarvan deze samenwerkingsverbanden zijn aangegaan of waarin ze zijn gevestigd als transparant (niet zelfstandig belastingplichtig) worden aangemerkt en door de vestigingsstaat van een gelieerd lichaam dat participeert in een dergelijk samenwerkingsverband als niet-transparant (en daarmee zelfstandig belastingplichtig) worden aangemerkt. Een bekend voorbeeld van een omgekeerd hybride lichaam is de besloten commanditaire vennootschap (cv) in een cv/bv-structuur. Bij een dergelijke cv/bv-structuur is de cv naar Nederlandse maatstaven transparant, maar naar het recht van de staat waar de participanten zijn gevestigd – meestal de Verenigde Staten – wordt de cv als niet-transparant aanmerkt (bijvoorbeeld als gevolg van het keuzeregime in de VS). Als gevolg daarvan worden de winsten van de besloten cv zowel in Nederland als de VS niet belast.

De voorgestelde maatregelen zorgen ervoor dat het land van vestiging – dat het lichaam als transparant beschouwd – onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie moet volgen van het land waar de participanten zijn gevestigd, en het hybride lichaam dus in de heffing betrekt. Het deel van de winst dat direct bij de participanten in aanmerking wordt gekomen, kan vervolgens buiten de Nederlandse heffing blijven. In het wetsvoorstel wordt de belastingplichtmaatregel nader geregeld, niet alleen voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting, maar ook voor de dividendbelasting en de bronbelasting. De al in werking getreden maatregelen bestrijden hybridemismatches door de gevolgen van kwalificatieverschillen tussen belastingstelsels te neutraliseren. Het huidige wetsvoorstel beoogt de oorzaak van een hybridemismatch aan te pakken.

Deze maatregel is, conform ATAD2, niet van toepassing op collectieve beleggingsinstellingen die onder financieel toezicht staan (waaronder AIFMD en AIFMD-light). Door de integrale belastingplicht worden omgekeerde hybride lichamen door belastingverdragen aangemerkt als inwoner van Nederland, waarmee deze omgekeerde hybride lichamen dus ook verdragsgerechtigd zullen zijn. 

Commentaar PKF Wallast

De focus in de internationale belastingheffing is de afgelopen jaren steeds meer verschoven van het voorkomen van dubbele heffing naar het voorkomen van ‘dubbele niet-heffing’. Dat is ook de grondslag van dit wetsvoorstel. Het voorstel bestrijdt vooral de structuren waarbij inkomen – tijdelijk of permanent –buiten de heffing kan blijven. Vanwege internationaal verschillende toestingskaders en afwijkende Nederlandse maatstaven voor de vaststelling of er al dan niet van een fiscaal transparant lichaam sprake is, kan dit voorstel echter onbedoeld tot negatieve effecten leiden, met name in combinatie met de voorgestelde – maar vooralsnog uitgestelde – aanpassingen aan de Nederlandse kwalificatie van (buitenlandse) samenwerkingsverbanden. Wij zijn dan ook met name benieuwd in hoeverre die aanpassingen straks niet tot overkill leiden in verhouding met de nu voorgestelde wijziging. 

Heeft u vragen over de maatregelen? Neem contact op met één van onze collega’s.

Eelco van der Vijver

SPECIALIST TRANSACTION SERVICES, VESTIGINGSLEIDER AMSTERDAM

Eelco van der Vijver (fiscalist) geeft leiding aan onze vestiging Amsterdam en is daarnaast partner in het Transaction Services team. Samen met de specialisten van de verschillende disciplines die het team zo goed maken, heeft Eelco ruime (internationale) ervaring in de transactiepraktijk, van vastgoedtransacties tot beursgangen, van fondsstructurering tot participatieplan. Neemt u gerust contact op en ervaar hoe wij u verder helpen!

Gerriët Nagelhout

ADVISEUR

Gerriët Nagelhout is sinds 2022 adviseur bij PKF Wallast. Zij houdt zich bezig met het adviseren van cliënten over de Nederlandse vennootschapsbelasting in hun dagelijkse bedrijfsvoering, alsmede over fusies, overnames en alle soorten grensoverschrijdende transacties. Begeleiden van opdrachtgevers bij het opzetten van bedrijven, zowel in Nederland als in het buitenland. Het uitvoeren van due diligence en het adviseren over en implementeren van de acquisitiestructuren.

Aanpassingen transfer pricing – mismatches

Dit afzonderlijk ingediende wetsvoorstel betreft de aanpassing ingeval van internationale ongelijke toepassing van het zogeheten zakelijkheids- of arm’s length beginsel.

Als gelieerde lichamen met elkaar transacties aangaan, worden de voorwaarden die zij met elkaar overeenkomen voor de heffing van vennootschapsbelasting vergeleken met de voorwaarden die onafhankelijke partijen in vergelijkbare transacties en vergelijkbare omstandigheden overeen zouden komen (zakelijkheidsbeginsel). Als de feitelijk overeengekomen voorwaarden afwijken van hetgeen tussen niet-gelieerde partijen gebruikelijk is (verrekenprijsverschillen), vindt een correctie plaats van de fiscale winst. De fiscale winst wordt dan vastgesteld met inachtneming van het zakelijkheidsbeginsel. Dit beginsel kan leiden tot een correctie van de winst, dus mogelijk ook tot een mindering van de Nederlandse winst (denk daarbij bijvoorbeeld aan een renteloze lening die aan een in Nederland gevestigde entiteit wordt verstrekt). 

Doordat het zakelijkheidsbeginsel in internationale context soms verschillend wordt uitgelegd kan dat ertoe leiden dat een deel van de fiscale winst van de groep niet in de belastingheffing wordt betrokken. Het doel van het nu ingediende wetsvoorstel is om die gevolgen van de verrekenprijsverschillen weg te nemen.

De voorgestelde maatregelen houden, kort gezegd, in dat als toepassing van het zakelijkheidsbeginsel leidt tot een neerwaartse aanpassing van de winst van een belastingplichtige, deze aanpassing alleen in mindering kan komen als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de correctie gepaard gaat met een corresponderende opwaartse aanpassing bij het gelieerde lichaam die wordt betrokken in een naar de winst geheven belasting. De voorgestelde maatregelen bewerkstelligen dus dat de winst in die gevallen ten minste eenmaal ergens wordt belast.

Daarnaast bevat het voorstel een maatregel in gevallen waar sprake is van waarderingsverschillen in de overdracht van activa (zogeheten infokap situaties). Deze maatregelen zijn pas van toepassing op overdracht van vermogensbestanddelen vanaf 1 januari 2022. Daardoor kan voor vermogensbestanddelen die eerder zijn verkregen van een gelieerd lichaam een hogere boekwaarde gelden en een hogere afschrijving van toepassing zijn dan onder de nieuwe, voorgestelde regeling. De regering acht dit met het oog op het bestrijden van dubbele niet-heffing niet wenselijk en introduceert daarom in het voorgestelde artikel 35 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voor bepaalde ‘oude’ gevallen een additionele afschrijvingsbeperking. De afschrijvingsbeperking ziet op vermogensbestanddelen die zijn verkregen in een boekjaar dat aanvangt op of na 1 juli 2019.

Commentaar PKF Wallast

Op basis van dit wetsvoorstel kan een hogere winst in Nederland belast worden als op basis van transfer pricing principes kosten of afschrijvingen in Nederland in aanmerking worden genomen zonder dat daar bij de gelieerde partij een belaste bate tegenover staat of heeft gestaan. Gezien de aanpassingen met betrekking tot de afschrijvingen op reeds eerder verworven vermogensbestanddelen, kunnen de voorgestelde maatregelen ook effect hebben op transacties die al in het verleden hebben plaatsgevonden.


Overige en nog te verwachten maatregelen

Kwalificatie buitenlandse rechtsvormen

Op 29 maart 2021 heeft een internetconsultatie plaatsgevonden over de kwalificatie van Nederlandse en buitenlandse samenwerkingsverbanden voor de Nederlandse belastingheffing. Hierin kwam onder andere het voorstel naar voren om de Nederlandse commanditaire vennootschap altijd als fiscaal transparant te behandelen en de niet transparante ‘open CV’ derhalve af te schaffen. In dat geval zouden open commanditaire vennootschappen onder omstandigheden kwalificeren als omgekeerd hybride lichaam in de zin van het in 8.2 genoemde wetsvoorstel, en alnog belastingplichtig blijven voor de vennootschapsbelasting. De overgang van een open commanditaire vennootschap zoals we die nu kennen naar een omgekeerd hybride lichaam in de zin van het wetsvoorstel, ontstaat pas als gevolg van de afschaffing van de belastingplicht van open commanditaire vennootschappen zoals opgenomen in de consultatie. Daarom zal bij een volgend wetsvoorstel moeten worden bezien of er overgangsrecht kan
worden opgenomen voor dergelijke situaties.

Het eerste concrete wetsvoorstel wordt verwacht in de winter 2021/2022. Overigens zullen daar de kwalificatie vereisten voor een fonds voor gemene rekening niet meer in voorkomen. Op 1 juli van dit jaar heeft de Staatssecretaris in een Kamerbrief aangegeven dat het FGR regime nader zal worden bezien tezamen met de evaluatie van de fiscale belegginsregimes (FBI en VBI).

Wat zijn de belangrijkste risico’s waar je tegenaan loopt nà een fusie of overname? Vooraf zijn een aantal mogelijke synergiën geïdentificeerd. Dan komt het daadwerkelijke moment van de fusie of overname, waarna een integratiefase volgt. Onze MRA is gericht op het voorbereiden van een succesvolle integratie na een fusie of overname.

Een gezamenlijke risicoanalyse creëert draagvlak, bevordert proactief handelen en acceptatie van veranderingen. Dit optimaliseert de kansen op een succesvolle integratie.


DAC7

Conform de 6e wijzijging van de Europese richtlijn inzake administatieve bijstand (DAC7) moeten de lidstaten regelgeving invoeren om de fiscale transparantie rondom digitale platforms te vergroten. Een digitaal platform is elk platform (software oplossing, website, etc) welke zijn gebruikers in staat middels dat platform hun commerciële activiteiten te ontplooien. DAC7 verplicht dergelijke platforms om bepaalde informatie over hun gebruikers te verstrekken aan de relevante belastingautoriteiten van de EU-lidstaten. Daarbij gaat het met name om identificatie en rapportage van de inkomsten van de verkopers op het desbetreffende platform. De lidstaten moeten uiterlijk op 31 december 2022 DAC7 implementeren en vanaf 1 januari 2023 in werking stellen. Digitale platformen zijn in 2024 voor het eerst rapportageplichtig over het kalenderjaar 2023 maar moeten al vanaf 1 januari 2023 een proces hebben geïmplementeerd om verkopers te identificeren. Zij zijn verplicht te rapporteren aan een bevoegde autoriteit in een lidstaat, welke vervolgens de informatie uitwisselt met de bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de te rapporteren verkoper fiscaal inwoner is. Digitale platformen die niet in de EU zijn gevestigd, zullen zich in een lidstaat moeten registreren.

Technische aanpassingen in de Wet Bronbelasting

In de aanbiedingsbrief bij het Belastingplan 2022 zijn nog enkele aanpassingen in de Wet Bronbelasting aangekondigd. Onder de Wet Bronbelasting wordt een bronheffing mogelijk gemaakt over betalingen van renten en royalties aan zogenaamde tax havens en in bepaalde gevallen van misbruik. De voornaamste wijziging ziet op een aanvulling op het begrip vaste inrichting in Nederland voor toepassing van de bronbelasting per 1 januari 2022. Daarbij zal aansluiting worden gezocht bij de brede definitie zoals die ook al is opgenomen in de Wet Vpb – conform BEPS actie 7. Door de aanpassing zal ook bronbelasting kunnen worden geheven over renten en royalties, voor zover die betaald worden door een buitenlandse entiteit maar toerekenbaar zijn aan specifieke Nederlandse bronnen, zoals in Nederland gelegen onroerende zaken.

Heeft u vragen over de gevolgen van de maatregelen voor u of uw onderneming?

Onze professionals staan klaar om u te ondersteunen bij uw vraagstukken. Neem vrijblijvend contact op via het formulier.


    Amsterdam

    Beechavenue 78-80
    1119 PW Schiphol-Rijk

    Postadres
    Postbus 74681
    1070 BR Amsterdam

    020 653 18 12

    Amsterdam@pkfwallast.nl

    Rotterdam

    Schaardijk 372
    2909 LA Capelle aan den IJssel

    Postadres
    Postbus 84030
    3009 CA Rotterdam

    010 450 40 20

    Rotterdam@pkfwallast.nl

    Delft

    Delftechpark 40
    2628 XH Delft

    Postadres
    Postbus 332
    2600 AH Delft

    015 261 31 21

    Delft@pkfwallast.nl

    Woerden

    Pompmolenlaan 9
    3447 GK Woerden

    Postadres
    Postbus 533
    3440 AM Woerden

    0348 416 262

    Woerden@pkfwallast.nl

    Alphen aan den rijn

    Europaplein 10F
    2408 GX Alphen aan den Rijn

    Postadres
    Postbus 533
    3440 AM Woerden

    0172 748 218

    AlphenaandenRijn@pkfwallast.nl

    © PKF Wallast is a member of PKF International – a global network of independent firms.
    PKF International Limited is a family of legally independent firms and does not accept any responsibility or liability for the actions or inactions of any individual member or correspondent firm or firms.
    "PKF" and the PKF logo are registered trademarks used by PKF International and member firms of the PKF International Network. They may not be used by anyone other than a duly licenced member firm of the Network.