Wijzigingen salarisadministratie 2019

17 december 2018

2019 staat bijna voor de deur. Graag nemen wij u mee in de elf belangrijkste veranderingen die per 2019 van kracht worden:

 

  1. Verkorting looptijd 30%-regeling voor expats
  2. Mogelijk ruimere criteria transitievergoeding kleine werkgevers
  3. Beperking belastingdeel loonheffingskorting voor buitenlandse werknemers
  4. Vervallen 0%-bijtelling
  5. Aanpassing bijtelling voor auto’s zonder CO2-uitstoot
  6. Verhoging AOW-leeftijd
  7. Beëindiging afkoopkorting pensioenen in eigen beheer
  8. Verhoging bedragen vrijwilligersregeling
  9. Verhoging ouderenkorting
  10. Verhoging minimumloon
  11. Beoordeling gezagsverhouding

1. Verkorting looptijd 30%-regeling voor expats

 

Het Kabinet heeft besloten de looptijd van de 30%-regeling per 1 januari 2019 in te korten van maximaal 8 naar 5 jaar.  Deze looptijd beperking geldt niet alleen voor werknemers die in 2019 of later naar Nederland komen en voor het eerst gebruik gaan maken van de 30%-regeling, maar in principe ook voor werknemers die vóór 2019 al gebruik maakten van de 30%-regeling. Voor een deel van de werknemers die vóór 2019 al gebruik maken van de 30%-regeling, wordt er echter overgangsrecht in de wet opgenomen. Op grond van dit overgangsrecht kunnen werknemers, waarvan de looptijd van de 30%-regeling in 2019 of 2020 zou eindigen door de verkorting naar 5 jaar, de 30%-regeling tot uiterlijk 31 december 2020 blijven toepassen, voor zover de oorspronkelijke looptijd van hun 30%-beschikking nog niet verstreken is.

 

2. Mogelijk ruimere criteria transitievergoeding kleine werkgevers

 

De overbruggingsregeling die het voor kleine organisaties mogelijk maakt om bij een slechte financiële situatie
een lagere transitievergoeding toe te kennen aan werknemers, wordt mogelijk al per 1 januari 2019 verruimd.

Voor de werkgevers met minder dan 25 werknemers is in de Wet werk en zekerheid een tijdelijke regeling getroffen voor het geval dat zij werknemers moeten ontslaan vanwege bedrijfseconomische omstandigheden en in financieel zwaar weer verkeren. Bij de berekening van de transitievergoeding kunnen deze werkgevers de dienstjaren die vóór 1 mei 2013 liggen buiten beschouwing laten, dit om te voorkomen dat de transitievergoedingen werkgevers verder in de problemen brengen. Om van deze regeling gebruik te kunnen maken dient de werkgever te voldoen aan strenge voorwaarden, die door werkgevers als zeer streng worden ervaren. In de praktijk komt het er op neer dat de werkgever in zeer zwaar weer moet verkeren en eigenlijk al op de rand van faillissement staat, om gebruik te kunnen maken van de overbruggingsregeling.  De overbruggingsregeling wordt daarom versoepeld, zodat meer werkgevers in een financiële slechte situatie gebruik kunnen maken van de overbruggingsregeling. Zo hoeft een werkgever niet meer 3 jaar op rij een negatief resultaat te hebben behaald, maar wordt uitgegaan van een gemiddeld negatief resultaat over de drie boekjaren tezamen. Ook hoeft de werkgever niet meer over een negatief vermogen te beschikken, maar kan men bij een solvabiliteit van ten hoogste 15% wellicht al in aanmerking komen voor de overbruggingsregeling. Het streven van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is om de voorgestelde verruiming in te voeren per 1 januari 2019.  De tijdelijke overbruggingsregeling vervalt overigens per 1 januari 2020.

 

3. Beperking belastingdeel loonheffingskorting voor buitenlandse werknemers

 

Met ingang van 1 januari 2019 wordt de loonheffingskorting voor buitenlandse werknemer beperkt. Op dit moment heeft iedere werknemer voor zover het salaris is onderworpen aan de loonbelasting in Nederland recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen een in Nederland woonachtige werknemer en een in het buitenland woonachtige werknemer. Werknemers die sociaal verzekerd zijn in Nederland hebben tevens recht op het premiedeel van de loonheffingskorting. De beperking per 1 januari 2019 gaat gelden voor werknemers die buiten Nederland woonachtig zijn en heeft uitsluitend betrekking op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Een werknemer die in Nederland sociaal verzekerd is, behoudt volledig recht op het premiedeel van de loonheffingskorting, ongeacht of de werknemer wel of geen inwoner van Nederland is.  

 

Met ingang van 1 januari 2019 hebben alleen inwoners van Nederland recht op het (volledige) belastingdeel van de loonheffingskorting. Werknemers die inwoner zijn van een andere lidstaat van de EU, van een EER-land (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein), Zwitserland of de BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba), hebben vanaf 1 januari 2019 in de loonbelasting uitsluitend nog recht op het belastingdeel van de arbeidskorting. Onder voorwaarden hebben zij ook recht op het belastingdeel van de algemene heffingskorting, de jonggehandicaptenkorting, de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting, maar deze kortingen moeten zij via een aangifte inkomstenbelasting claimen. Werknemers die inwoner zijn van een overig land, hebben vanaf 1 januari 2019 helemaal geen recht meer op het belastingdeel van de loonheffingskorting.

 

Deze wijziging betekent voor u als werkgever dat het vanaf 1 januari 2019 van belang wordt om de (fiscale) woonplaats van uw werknemers te bepalen, zodat de juiste loonbelastingtabel toegepast kan worden en daarmee de juiste berekening van de loonheffingskorting. Voor de meeste werknemers zal dit geen probleem moeten vormen, maar voor werknemers die zowel in Nederland als in het buitenland verblijven, is de fiscale woonplaats niet altijd eenvoudig vast te stellen. Het is daarbij onder andere van belang waar het sociale en economische leven van de werknemer zich afspeelt en of de werknemer zich bijvoorbeeld heeft ingeschreven bij een gemeente in Nederland (ook al hoeft dit niet doorslaggevend te zijn).   

Wanneer u een werknemer heeft die fiscaal geen inwoner is van Nederland, dan mag u in de aangifte niet zijn tijdelijke Nederlandse adres opnemen. U dient het buitenlandse adres op te nemen. Hebt u alleen het tijdelijke Nederlandse adres en niet het adres in het buitenland, dan bent u verplicht voor deze werknemer het anoniementarief toepassen.
 

4. Vervallen 0%-bijtelling

 

Per 1 januari 2019 vervalt de code voor de 0%-bijtelling in de aangifte loonheffingen. Deze code vervalt, omdat er met ingang van 1 januari 2019 geen auto’s meer zijn die in aanmerking komen voor de 0% bijtelling.  Per deze datum eindigt namelijk het overgangsrecht voor de volgende auto’s:

 

  • auto’s zonder CO2-uitstoot met een datum 1e tenaamstelling in 2013
  • auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 0, maar niet meer dan 50 gram per kilometer en met een datum 1e tenaamstelling in 2013

Voor deze auto’s kan tot en met 31 december 2018 nog een bijtelling van 0% gelden.

 

5. Aanpassing bijtelling voor auto’s zonder CO2-uitstoot

 

Per 1 januari 2019 verandert de bijtelling voor elektrische auto’s met een datum 1e toelating op of na 1 januari 2019. Dan geldt de verlaagde bijtelling van 4% voor zover de grondslag voor de bijtelling € 50.000 of lager is. Voor het deel van de grondslag boven € 50.000 blijft de algemene bijtelling van 22% van kracht. Voor auto’s die rijden op waterstof geldt de verlaagde bijtelling van 4% voor de hele grondslag.

 

6. Verhoging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd gaat met ingang van 1 januari 2019 omhoog naar 66 jaar en 4 maanden.

 

7. Beëindiging afkoopkorting pensioen in eigen beheer in 2019

 

Vanaf 1 juli 2017 is het niet meer mogelijk om pensioen in eigen beheer op te bouwen. 2019 is het laatste jaar waarin men er nog voor kan kiezen het pensioen in eigen beheer om te zetten in een oudedagsvoorziening of af te kopen. Hierbij geldt dan een afkoopkorting van 19,5%.

 

8. Verhoging bedragen vrijwilligersregeling

Per 1 januari 2019 wordt het plafond van de vrijwilligersregeling met € 200 verhoogd. Dit betekent dat er geen loonheffingen hoeft te worden ingehouden en betaald voor personen die als vrijwilliger werkzaam zijn en vergoedingen en verstrekkingen ontvangen van in totaal maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar.

 

9. Verhoging ouderenkorting

In 2019 wordt de ouderenkorting verhoogd van € 1.418 naar € 1.596 voor een inkomen tot € 36.783. Bij een inkomen hoger dan € 36.783 wordt de ouderenkorting afgebouwd met 15% van het verschil tussen het inkomen en € 36.783. Bij een inkomen vanaf € 47.423 heeft de werknemer geen recht meer op ouderenkorting.

 

10. Verhoging minimumloon

Het minimumloon stijgt per 1 januari 2019 met 1,34%. In de onderstaande tabel is het minimumloon per leeftijdscategorie weergegeven voor een fulltime dienstverband op maandbasis en omgerekend naar een uurtarief bij een 36-urige, 38-urige of 40-urige werkweek.  
 

Leeftijd

Fulltime

36 uur p/w

38 uur p/w

40 uur p/w

22 jaar en ouder

€ 1.615,80

€ 10,36

€ 9,82

€ 9,33

21 jaar

€ 1.373,45

€ 8,81

€ 8,35

€ 7,93

20 jaar

€ 1.131,05

€ 7,26

€ 6,87

€ 6,53

19 jaar

€    888,70

€ 5,70

€ 5,40

€ 5,13

18 jaar

€    767,50

€ 4,93

€ 4,67

€ 4,43

17 jaar

€    638,25

€ 4,10

€ 3,88

€ 3,69

16 jaar

€    557,45

€ 3,58

€ 3,39

€ 3,22

15 jaar

€    484,75

€ 3,11

€ 2,95

€ 2,80

11. Beoordeling gezagsverhouding

 

Het  Kabinet is op dit moment bezig met het uitwerken van wetgeving ter vervanging van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Onderdeel van deze nieuwe wetgeving zal een opdrachtgeversverklaring zijn, die opdrachtgevers via een webmodule kunnen aanvragen. De verwachting is dat deze webmodule eind 2019 gereed is. Vooruitlopend op de nieuwe wetgeving, wordt in het Handboek Loonheffingen 2019 een bijlage opgenomen waarin verduidelijking wordt gegeven over de elementen die van belang kunnen zijn bij de beoordeling of er sprake is van een gezagsverhouding. Daarmee krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers meer handvatten om zelf te beoordelen of er sprake is van een gezagsverhouding. De elementen die behandeld worden zijn:

a. Leiding en toezicht: hierbij wordt gekeken naar de invloed van de opdrachtgever op het uitvoeren van de werkzaamheden. Het gaat er daarbij niet om dat de opdrachtgever daadwerkelijk instructies geeft, maar het gaat er om of de opdrachtgever het recht heeft om instructies te geven ten aanzien van de uitvoering van de werkzaamheden.

 

b. Vergelijkbaarheid personeel: hierbij wordt gekeken of  dezelfde werkzaamheden in het verleden werden uitgevoerd door een werknemer of dat dezelfde werkzaamheden gelijktijdig worden uitgevoerd door werknemers.

 

c. Werktijden, locatie, hulpmiddelen en gereedschappen: hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken of de opdrachtgever bepaald welke gereedschappen gebruikt moeten worden en/of deze verschaft. 

 

d. Manier waarop naar buiten toe getreden wordt: hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken of de werkende verplicht is om bedrijfskleding van de opdrachtgever te dragen.

 

Voor deze vier elementen worden in de bijlage bij het Handboek Loonheffingen 2019 indicaties of aanwijzingen gegeven voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding en contra-indicaties voor de afwezigheid van een gezagsverhouding. Tevens worden er een aantal voorbeelden ter verduidelijking gegeven. Hoewel de verduidelijking in het Handboek Loonheffingen 2019 voor de praktijk een welkome aanvulling is,  zal dit zeker niet alle onduidelijkheid in de praktijk wegnemen bij opdrachtgevers en zal de beoordeling van de gezagsverhouding in bepaalde situaties lastig blijven.       

Mocht u vragen hebben, dan horen wij deze graag! Neem daarvoor contact op met uw PKF Wallast adviseur.

 

Amsterdam

Beechavenue 78-80
1119 PW Schiphol-Rijk

Postadres
Postbus 74681
1070 BR Amsterdam

020 653 18 12

Amsterdam@pkfwallast.nl

Delft

Delftechpark 40
2628 XH Delft

Postadres
Postbus 332
2600 AH Delft

015 261 31 21

Delft@pkfwallast.nl

Rotterdam

Schaardijk 372
2909 LA Capelle aan den IJssel

Postadres
Postbus 84030
3009 CA Rotterdam

010 450 40 20

Rotterdam@pkfwallast.nl

Woerden

Pompmolenlaan 9
3447 GK Woerden

Postadres
Postbus 533
3440 AM Woerden

0348 416 262

Woerden@pkfwallast.nl

Alphen aan den rijn

Europaplein 10F
2408 GX Alphen aan den Rijn

Postadres
Postbus 533
3440 AM Woerden

0172 748 218

AlphenaandenRijn@pkfwallast.nl

© PKF Wallast is a member of PKF International – a global network of independent firms.
PKF International Limited is a family of legally independent firms and does not accept any responsibility or liability for the actions or inactions of any individual member or correspondent firm or firms.
"PKF" and the PKF logo are registered trademarks used by PKF International and member firms of the PKF International Network. They may not be used by anyone other than a duly licenced member firm of the Network.