Als een erflater in het verleden een woning heeft verkocht aan de erfgenaam, maar daarbij de koopprijs heeft kwijtgescholden en bovendien heeft bedongen om in de woning te mogen blijven wonen, dan behoort de WOZ-waarde van deze woning tot de nalatenschap als de erflater niets heeft betaald voor het woongenot.
Tot het overlijden van moeder, hebben moeder en dochter samen in een woning, die eigendom was van de moeder gewoond. Op 17 december 2014 heeft moeder de woning aan de dochter verkocht voor € 155.000. De koopprijs is gebaseerd op een taxatierapport. Hierin is aangegeven dat moeder in de woning blijft wonen en er sprake is van een recht van vruchtgebruik. De WOZ-waarde van de woning bedraagt € 204.000. De dochter is in eerste instantie de koopsom voor de woning schuldig gebleven aan haar moeder. Later heeft moeder de geldlening kwijtgescholden en deed daarbij een beroep op de verhoogde vrijstelling voor schenken van een woning van € 100.000. Over het restant van de kwijtschelding van € 55.000 heeft de dochter € 5.500 schenkbelasting betaald. Na verkoop van de woning is moeder samen met haar dochter in de woning blijven wonen. In 2015 overleed moeder. Dit was binnen 180 dagen na verkoop van de woning. In geschil bij Hof Den Haag is of de dochter, bij het overlijden van haar moeder, geacht wordt fictief (de WOZ-waarde van) de woning te hebben verkregen. Volgens het hof staat vast dat de moeder na verkoop tot haar overlijden in de woning is blijven wonen. Daardoor heeft zij tot haar overlijden het genot van die woning gehad. Tevens staat volgens het hof vast dat de moeder voor dat woongenot niets heeft betaald. Daarmee is voldaan aan alle voorwaarden voor de fictiebepaling uit de Successiewet en wordt de woning geacht deel uit te hebben gemaakt van de nalatenschap.
Bron: Hof Den Haag 26-04-2019